Ondernemer Marc Cornelissen: Het blijft een beetje niche, maar we hebben zeker het podium vergroot
Marc Cornelissen (1968) is een geboren avonturier. Pas later werd hij ondernemer. Inmiddels opereert hij op het snijvlak van avontuur en wetenschap. Hij probeert op basis van zijn ervaringen in het poolgebied te werken aan een duurzame samenleving. Cornelissen heeft een missie waarbij hij mensen constant aan elkaar koppelt in de hoop dat er weer nieuwe projecten uit voort kunnen vloeien.
Sinds 1993 komt Cornelissen geregeld in de poolgebieden. Hij greep het IPY aan om flink wat initiatieven te ontplooien. Voor het primair onderwijs maakte hij een educatief platform, Keepitcool.org, samen met 3FM was stond hij aan de basis van Noordpool.FM en met steun van ijsmakers Ben & Jerry’s zette hij het Climate Change College op. Om maar een paar van zijn Arctische projecten te noemen.
Cornellissen hoorde een jaar voor de aftrap van het IPY van het pooljaar. ‘Ik opereerde in een niche waarvan ik wist dat Nederland daar niet veel mee had. Ik voelde dat het IPY wel een kans zou kunnen zijn om mensen wat meer te betrekken bij de poolgebieden. Dan begrijpen ze mijn wereld misschien ook een beetje beter.’ Niet dat Cornelissen meteen in de pen is geklommen om een projectvoorstel te schrijven.’Dat was niet zozeer nodig. Ik verheugde mij meer op de synergie en de kracht van het momentum. Ik had toch al niet de bedoeling om stil te zitten.’
Eindelijk aandacht dus voor een gebied waar hij zich al jaren voor inzette. ‘Vooral aandacht voor klimaatverandering en poolonderzoek. Ik verwachtte dat alle aandacht een olievlekwerking zou hebben en die had het ook. Ik denk ook wel dat die een bepaalde maximum reikwijdte heeft: de pool zal nooit de aantrekkelijke status van Idols of hebben. Dat moet je ook niet willen. De pool op televisie is geen kaskraker. Het blijft een beetje niche, maar we hebben zeker het podium vergroot. Ik geloof oprecht dat we meer mensen bewust hebben gemaakt van het poolgebied.’
Cornelissen is een echte bruggenbouwer. Hij koppelt mensen aan elkaar in de hoop dat een plus een minimaal drie oplevert: ‘Samenwerken leidt tot meer resultaat. Dat heb ik altijd leuk gevonden en dat is wat ik doe: vanuit verschillende domeinen projecten opzetten door te verbinden. Uiteindelijk kan de wetenschapper daardoor gewoon zijn werk doen. Het pooljaar is daar een goed voorbeeld van.’
De projecten van Cornelissen kregen stuk voor stuk aandacht in de media: “Dat is natuurlijk leuk, maar het helpt enorm. Het helpt je netwerk, maar het helpt ook om nieuwe projecten op de rails te zetten. Mensen kennen bijvoorbeeld Noordpool.FM omdat Michiel Veenstra naar de Noordpool geweest is. De insiders weten dat ik bij het groepje zat dat aan de basis stond van deze trip. Maar daar gaat het dus niet om. Het gaat erom of dit gewerkt heeft. Hetzelfde geld voor het Climate Change College. Een of twee Nederlandse studenten per jaar kregen een beurs, maar uiteindelijk ging het er ook om dat zij op het podium kwamen. Zij hadden een verhaal te vertellen en wilden daarna verder met een campagne. En dus creëer de randvoorwaarden daarvoor. Het is niet alleen jezelf in de picture zetten maar vooral de projecten en wat je er mee wil bereiken.’
Nu het IPY definitief is afgesloten, gaat Cornelissen verder met zijn werk, zoals hij dat ook voor aanvang van het pooljaar deed. ‘Mijn ambitie is niet om langlopende programma’s te maken en ze zijn er ook niet alleen omwille van het IPY. Dat zie ik wel echt als een katalysator. Maar er broeide al vanalles.’ Het nieuwste konijn dat Cornelissen uit de hoed tovert heet Missie SILA. ‘Samen met Philip de Roo breng ik verschillende Nederlandse belanghebbenden en experts in Groenland bij elkaar. De missie heeft tot doel om de dialoog te bevorderen over het kwetsbare poolgebied dat ook grote economische waarde heeft.’ Deelnemers zijn onder meer Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins van Oranje en Robbert Dijkgraaf.
Af en toe steunt Cornelissen bepaalde onderzoekers: ‘George Divoky zit bijvoorbeeld altijd op Cooper Island, ten noorden van Barrow. Die sponsor ik een beetje met geld voor zijn telefoonkosten of een ijsbeeralarm om hem te beschermen. Dat vind ik wel heel erg mooi. Je hebt dan echt contact met de mensen in het veld die echt hun nek uitsteken.’
De passie voor het gebied ontstond bij Cornelissen tijdens zijn studie. Hij had een baantje in een bioscoop en zijn collega kwam met het voorstel om samen naar de geografische Noordpool te reizen. Cornelissen begon zich in te lezen en was verkocht. ‘Na die eerste reis had ik het poolvirus te pakken.’ Zijn inzet voor een duurzame samenleving volgde automatisch door zelf te kijken en door te luisteren naar lokale bewoners, die al heel vroeg wisten dat er iets aan de hand was op de Noordpool. ‘Dan zou ik het heel raar vinden als je daar dus niet iets mee doet. Niet omdat je zo nodig een missionaris moet zijn, maar je kunt toch niet je mond houden over iets waar je weet van hebt.’
Cornelissen vindt het belangrijk om zoiets belangrijks op de agenda te krijgen. ‘Het IPY doet dat natuurlijk ook. Bij het vorige IPYspeelde de internationale samenwerking op Antarctica een grote rol. Nu was het de klimaatverandering. Op een of andere manier heeft IPY altijd weer een soort maatschappelijk momentum waar het onderdeel van wordt.’
Terugkijkend denkt Cornelissen dat het IPY heel veel in beweging heeft gebracht. ‘Ik hoop dat de ambitie die erdoor aangewakkerd is en de bereidheid om hier en daar samen te werken, wordt vastgehouden. Daar zijn we natuurlijk niet allemaal even sterk in. De hele community kan de neiging hebben te navelstaren en domeinen af te bakenen. Ik denk dat wel is gebleken dat het niet hoeft en dat het geen bedreiging is als je dat idee loslaat. Dat het je juist ook wat kan opleveren. En dat het ook niet altijd erg is als iets weinig oplevert.’
Terugblik op vijf jaar IPY
Eind 2011 wordt het internationale pooljaar, het IPY, officieel afgesloten; een mooi moment om terug te kijken op vijf intensieve jaren waarin het poolonderzoek voorop heeft gestaan. Om deze terugblik een blijvend karakter te geven, is besloten om een boek te maken. Een boek waarin de mensen centraal staan die gedurende het IPY nauw hebben samengewerkt.Dat zijn bijvoorbeeld de mensen die leiding over een internationaal project op zich hebben genomen. Maar ook de onderzoekers, jong en oud die vaak weken achtereen op de meest onherbergzame plekken bivakkeren om hun werk te kunnen doen. Maar ook de mensen die vanachter een bureau in Nederland er voor hebben gezorgd dat de projecten in goede banen verlopen en dat er geld beschikbaar komt als dat nodig is. Tot slot zijn er nog de mensen die betrokken zijn bij het IPY, maar niet direct vanuit de wetenschap. Het zijn de schrijvers, de fotografen, de mediamakers en de onderwijzers die het enthousiasme voor de polaire gebieden proberen door te geven; te verspreiden.
IPY heeft al die mensen de afgelopen jaren bijeen gebracht en dat moet in het boek tot uiting komen. Toon van het boek is warm: zichtbaar is dat het IPY mensen bijeen heeft gebracht. Er wordt een indeling gemaakt naar de vijf verschillende sectoren die tijdens het IPY actief zijn:
-Professoren / Internationale Projectleiders
-Senior Onderzoekers
-Jonge Onderzoekers
-IPY niet-wetenschappelijken
-IPY Beleidsambtenaren
En natuurlijk is er aandacht voor het werk van NWO. Hierop wordt teruggeblikt in het eerste hoofdstuk.
Uit alle bovenstaande groepen worden vier of vijf boegbeelden geïnterviewd en gefotografeerd. Daarnaast wordt hen een vragenlijst met stellingen voorgelegd. De informatie uit deze gesprekken plus de vragenlijst, wordt per hoofdstuk samengesmolten tot een verhaal.
Op dit blog lees je alles over de voortgang van het boek.
Een stopcontact in de tundra
Voor onze meetapparatuur heb je stroom nodig, maar in de tundra zitten geen stopcontacten. Een grote slokop is het methaan eddy correlatie systeem. Eddy correlatie is een manier om te meten hoveel methaan er over een groter gebied uit de grond komt. Het maakt gebruik van wervelingen (eddies) in de lucht. Je meet die luchtbewegingen door met heel hoge frequentie (10 x per seconde) de windsnelheid in horizontale en verticale richting te meten. Tegelijk meet je de concentratie van het gas waarin je geinteresseerd bent. Daaruit kun je dan berekenen hoeveel gas er over een bepaald oppervlak in een bepaalde tijd uit de bodem komt - de flux.
Voor methaan is het nog niet zo simpel om 10 keer per seconde een concentratiemeting te doen. De apparatuur daarvoor vreet stroom - vooral de bijbehorende luchtpomp, die wil 1000 watt hebben. Alle andere apparatuur kunnen we met een paar zonnepaneeltjes en een klein windmolentje laten werken. Maar dit dus niet.
We moeten daarom eerst hard werken aan de oplossing van het energieprobleem. Twee jaar geleden hebben we een grotere windmolen aangeschaft. Door transport- en douane problemen is die nu pas compleet. Onze technicus, Ron, gaat die molen in elkaar zetten. Dat kost een paar dagen: gaten in de permafrost boren (met een handboortje, we hebben geen motorboor), de mast opzetten, de molen erin plaatsen, kast met electronica eraan en een flinke batterij vrachtwagen accu's. Nog niet zo eenvoudig, verschillende malen moeten we de plannen aanpassen, omdat er toch nog onderdelen missen. Helaas is er geen Gamma om de hoek en moet er flink geimproviseerd worden.
Een paar jaar geleden hebben we ook een diesel generator aangeschaft. Die is echter stuk gegaan, en nu zijn de reserve-onderdelen - een nieuwe startmotor - eindelijk gearriveerd. Die reparatie ga ik dus maar doen. Veel werk, de hele behuizing moet eraf gesleuteld worden om bij de oude startmotor te komen. Als die erin zit, blijkt de generator het nog niet te doen: hij klaagt over te weinig olie. Geen wonder, als ik de olieplug eraf schroef druipt er een teerachtige substantie uit. De generator is twee jaar geleden met vuile olie erin opgeborgen, en dat doet rare dingen in een schuurtje bij min dertig graden.
Uiteindelijk, na grondig reinigen van het oliefilter, pomp en verse olie krijgen we 'm met veel moeite weer aan de praat. Maar het plezier is van korte duur. De diesel die je hier kunt krijgen bestaat voor zo ongeveer de helft uit water en de andere helft uit onduidelijke drab, inclusief muggenlijken. Dus ook maar de tank en de barandstofleidingen grondig reinigen.
Dan doet-ie het eindelijk. En de windmolen ook. We kunnen weer meten! Maar dat levert weer een ander logistiek probleem op: je hebt iedere vijf dagen een vat diesel nodig, dat met een bootje over 80 km rivier aangevoerd moet worden. Nog maar een windmolentje erbij zetten?
Het is typisch voor het onderzoek op de tundra: continu improviseren, logistieke puzzels oplossen, en creatieve oplossingen bedenken voor de meest alledaagse problemen.
Techniek en onmisbare assistentie
instruction_windgenerator1
Veel universitaire bestuurders lijken technici en laboranten maar een vervelend bijverschijnsel te vinden. Die mannen in blauwe en witte jassen kosten geld, zijn niet academisch opgeleid en voor een bestuurder is het niet duidelijk wat ze doen. Van een beleidsmedewerker begrijpen ze dat beter, dus die lopen in alle soorten en maten rond op de universiteit.
Voor mij is het wel duidelijk wat technici kunnen. Dit hele project kan niet zonder techneuten. Het begint al bij het schrijven van een onderzoeksvoorstel: kan die meetopstelling die je in gedachten hebt wel gemaakt worden, en zijn er goedkopere alternatieven? En als je het geld binnen hebt, moet de apparatuur ook werkelijk gekocht en getest worden. Zelfs als je kant- en klare appartuur koopt, moet er altijd wel wat aangepast of bijgemaakt worden. Het is ondoenlijk om dat uit te besteden aan bedrijven buiten de deur. Die vragen veel geld voor zo'n speciaal klusje, en je bent een heleboel tijd kwijt om uit te leggen wat je wilt. Je technische collega's op de universiteit snappen dat beter, omdat ze al jaren betrokken zijn bij het onderzoek.
Het is voor een wetenschapper onmogelijk zelf helemaal in alle technische details van je apparatuur te duiken en het helemaal zelf te construeren. Daar heb je de technische kennis niet voor. Het zou betekenen dat je ook nog eens electronicus, metaalbewerker of timmerman moet zijn. Een voorbeeld: we gebruiken voor onze methaan-metingen een stevige luchtpomp, die veel stroom trekt. Hoe voorzie je die van stroom? Als de pomp draait, trekt-ie 1000 Watt. Maar bij het opstarten veel meer. De stroomvoorziening moet daar dus op toegesneden zijn. Blij dat onze technici dat hebben uitgezocht voordat we in Siberie in het veld zaten. Zelf had ik zondermeer de handleiding geloofd.
Tenslotte is tijdens het veldwerk technische assistentie onmisbaar. Een projectleider die horendol wordt van logistiek geregel, en twee nieuwe PhD's, kunnen niet alles weten . Zonder onze onvolprezen Ron was het deze keer niet gelukt om alle apparatuur draaiend te krijgen, en je hebt ook nog iemand nodig die goede instructies voor het gebruik kan geven.
Het carnet invullen met een typemachine
Een nieuwe expeditie naar Kytalyk in noordoost Siberië. Alles tot in de puntjes geregeld. Een kist met meetapparapparatuur is zonder enig probleem langs de douane gekomen en staat inmiddels op he vliegveld van Chokurdagh in de tundra. Een deel van de instrumenten, de gas analyse apparatuur, nemen we echter mee in de handbagage. Deze apparatuur is duur en kwetsbaar en moet ook weer terug om gecalibreerd te worden.
Om dat met de douane te regelen, moet je een ATA Carnet hebben.
Dat is een dokument waarmee je zonder invoerrechten te betalen apparatuur mee mag invoeren en weer uitvoeren. Zo'n document krijg je niet zomaar! Het begint bij de Kamer van Koophandel. Je moet formulieren aanvragen, invullen, en laten ondertekenen door je hoogste baas - in dit geval de rector magnificus, typisch het soort mensen waarvan je niet zo makkelijk een handtekening kunt regelen. Dat duurt dus een tijdje voor je dat rond hebt. Het formulier zelf is ook niet eenvoudig in te vullen. Het is nog ouderwets papier. Dus met een typemachine in te vullen - maar in het computertijdperk heeft niemand meer een typemachine. Lastig gedoe met printers dus. Dan moet het weer naar de Kamer van Koophandel, en krijg je na verloop van tijd en een paarhonderd euro dat carnet. Dat is een hele stapel papier, met invoer- en uitvoerstroken in verschillende kleuren. Daar moet je dan eerst nog mee langs de Nederlandse douane.
In Düsseldorf stappen we op het vliegtuig, maar eerst moeten we het carnet laten afstempelen bij de douane daar. Vier uur overstaptijd op Moskou-Domodedovo, daar moeten we ook weer dat carnet laten afstempelen. Op een of andere manier zien douanekantoortjes overal ter wereld hetzelfde eruit, of je in Nederland of in Rusland bent. Een beetje afgetrapte kantoortjes, duister, onaangenaam. De douanebeamten kijken meestal of ze voor het eerst van hun leven een ATA-carnet zien. De douanier op Domodedovo is daarop echter een uitzondering. Hij ziet onmiddelijk dat de twee blauwe transit-formulieren ontbreken. Foutje van de Kamer van Koophandel! Hij is onverbiddelijk: hij kan onze spullen niet laten passeren. Het wordt me even zwart voor de ogen: ondanks alle voorbereiding kan het hele veldwerk niet doorgaan! Na veel heen en weer gepraat door onze Russiche PhD, blijkt de douanier nog steeds onvermurwbaar. Dan bel ik de Kamer van Koophandel in Amsterdam op om te vragen hoe ik aan een incompleet carnet kom....
Gelukkig wordt daar actie ondernomen. Ze bellen hun Russische collega's op die vervolgens weer met de douane bellen.
Er blijkt nog wel iets mogelijk te zijn, ik moet een paar verklaringen ondertekenen, en dan kunnen we misschien door. Ondertussen begint de tijd voor de vlucht naar Yakutsk wel te dringen. Dan deelt de douanier mee dat we onze spullen toch niet mee kunnen nemen. Morgen terukomen! Grrrr.
Ten einde raad vraag ik onze Russiche ploeggenoot om maar in Moskou te blijven en dan maar een vlucht voor de volgende dag te boeken en dan de douane tevreden te stellen. Gehaast gaat de rest van de groep naar de incheckbalie voor Yakutsk. Tenslotte zijn we net op tijd bij de gate.
Als we in het vliegtuig zitten blijkt er wat vertraging te zijn, door een verlate passagier..... Onze collega, mèt alle apparatuur! De aanhouder wint!





