Verbrand rubber en zwaveldampen
Bij het krieken van de dag (7 uur) stond Sebas alweer aan onze tenten te sjorren en was het tijd om op te staan. Eerst nog even snel op de camping van Ásbyrgi het blog van gisteren verstuurd naar Robert Lagendijk van Pooljaar.nl. De WIFI connectie bij de receptie was ditmaal echter wel 600 IJslandse kronen… wat ongeveer 3,50 euro is.
We waren aangekomen in een geologisch gezien jong gebied en de eerste bezienswaardigheid vandaag waren de zogenaamde echorotsen, Hljódaklettar. De tocht begon nog vrij kalm met een pad langs een rustig kabbelend beekje. Waar het kleine stroompje uitmondde in de sedimentverslindende rivier Jökulsá á Fjöllum werd de omgeving een stuk spectaculairder.
Wat direct opviel waren de grillige basaltformaties, waaronder eentje die leek op een rechtopstaande sigaar. Als Roel niet had verteld dat de basaltzuilen en rosetten resten waren van een overgebleven kraterpijp, zou ik er zo voorbij zijn gelopen. De rivier heeft een V-vormig dal uitgevreten en het materiaal om de kraterpijpen van de vulkaan weggeërodeerd. Sebas wilde een bijzonder stuk verweerd basalt meenemen, maar werd teruggefloten door een norse park ranger toen hij te ver was geklommen. Wij hadden ondertussen braaf de gele bordjes gevolgd en waren aangekomen op een idyllisch plekje tussen meerdere rotswanden in. De alzijdige reflectie van geluid, de basaltzuilen als fauteuil en een griezelige grot in het blikveld, gaf de locatie bij de echorotsen een aparte sfeer.
Het landschap werd steeds ruiger en zogenaamde ‘dikes’ doken voortdurend op. Dit zijn spleetopvullingen van scheuren in een oude basaltlaag. Verder zagen we op onze weg een enorm ‘trollenbrood’, een grote steen die door vorstverwering in plakjes is gesneden. Even later veranderde het wandelpad in een mijnenveld, aangezien we verscheidene vulkanische bommen moesten ontwijken. Deze ontstaan bij snelle explosies wanneer samengeklonterd vulkanisch materiaal uit de krater wordt geknald. Na een fikse klim bereikten we de top van een vuurrood getinte bergkam waarvandaan we in weer en wind een prachtige panorama hadden op de omringende omgeving.
Om 15.00 uur exact liep onze tot nu toe voorspoedige reis enige vertraging op. De traction control van de groene jeep raakte out of control waardoor de remmen niet meer goed werkten. In alle jaren dat Roel in IJsland heeft rondgecrosst is dit hem nog nooit overkomen. En dan sta je opeens in een desolate plaats met oververhitte remmen en de geur van verbrand rubber. Terwijl de remmen van de ene landrover stonden te koelen in de buitenlucht, werden we in de andere in groepjes naar de nabijgelegen Dettifoss en Selfoss geloodst. Daar stonden we gisteren al onze ogen uit te kijken van het immense waterballet, maar nu konden we de eerstgenoemde waterval ook van de andere kant bekijken. Tussen honderden liters opspuitend water én een wonderlijke regenboog.
Na deze tussenstop was de leiding tot de conclusie gekomen dat de enigszins kapotte landrover maar getrokken moest worden door de andere. Bij de eerste de beste ruk brak de spanband echter finaal in tweeën en waren we terug bij af. Dan maar gewoon proberen en kijken waar het schip strandt… en gelukkig hielden de remmen het onverharde stuk goed. Ik moet er wel bij zeggen dat ik blij was dat we weer asfalt zagen, want ik heb me wel eens beter gevoeld.
Voordat we de camping opzochten, brachten we eerst nog een bezoek aan een Hverir: een gebied met hete bronnen (fumarolen). Verder waren er ook bubbelende modderpoelen, kokende drijfzandvelden, stinkende zwaveldampen, stenen met gifgroene zwavelneerslag en heftige stoomspuiters. Gek genoeg had ik het ijskoud tussen alle hete bronnen, vast en zeker door de harde wind. Het zou niet komen door de temperatuur, want die liep soms op tot 123 graden Celsius! Dit was gemeten in een stoomspuiter, waar sommige ook hun lenigheid gingen testen met atletische karatekicks door de stoom heen.
Met door de modder besmeurde bergschoenen en de geur van rotte eieren in onze kleren kwamen we aan op de camping in Reykjahlid. Na pasta met tonijn en maïs nog gezellig bij een klein kampvuur gezeten met internationaal gezelschap, twee meisjes uit Oostenrijk. Wunderbar!
Foto’s: Elaine Fleur
Woensdag 12 augustus 2009, Camping Reykjahlid<!–[if gte mso 9]> Normal 0 21 false false false NL X-NONE X-NONE MicrosoftInternetExplorer4 <![endif]–><!–[if gte mso 9]> <![endif]–>
3 reacties
Laat een reactie achter







hallo
vanmorgen keken we nieuwschierig of er een blog was.
het is die 600 ijslandse kronen wel meer als waard,
want we genieten zo lekker met jullie mee.
wat is het bijzonder wat jullie allemaal zien.
blijf genieten maar dat kan niet anders.
groetjes silvie & josé
Hoi allemaal,
Materiaalpech ? Slecht onderhoud door de crisis zeker hè! Volgend jaar wordt het vast een voettocht door IJsland …….!!
Bij de studie aardwetenschappen moet het vak autotechniek maar verplicht worden.
Veel plezier en sterkte met het duwen of het trekken van het wagenpark……
Groeten Piet Kaskes
trefwoorden: geologie, erosie
vak aardrijkskunde, profielwerkstuk