Hein de Baar blikt terug op de crash

Het onderzoeksschip Polarstern vaart weer, de gewonden zijn vanuit Antarctica overgebracht naar een ziekenhuis in Kaapstad en de doden geborgen. Maar de helikoptercrash van vorige week zondag heeft natuurlijk de nodige indruk gemaakt en hoewel het werk doorgaat, wordt dat wel gedaan op een iets lager pitje.

Hein de Baar, hoofd van de Nederlandse onderzoeksgroep aan boord van Polarstern, beschrijft de gebeurtenissen van die zondag.

“Zondagochtend 2 maart zijn velen om vijf uur aan dek en op de brug om het prachtige landschap van ijsbergen en zeeijs te zien bij het naderen van de Antarctische ice-shelf. Iedereen is enthousiast met het vooruitzicht om een dag op Antarctica te mogen zijn, en bij de transporten en werkzaamheden ook iets te kunnen zien van het Neumayer-station.

Om zes uur ’s ochtends ligt Polarstern aan de indrukwekkende hoge muur van ijs. Enige tijd later stijgt de eerste helikopter op voor het plaatsen van een hydrofoon op een drijvende ice-sheet. Mensen en materiaal moeten naar Neumayer gevlogen worden, waar ook zal worden geholpen met lossen van twee containers. Daarna kunnen we ook de basis bezoeken en, bij blijvend mooi weer, de acht kilometer teruglopen naar het schip.

Daarom stijgt de tweede helikopter om tien voor half negen op met aan boord de eerste groep, de piloot, Willem Polman en achterin Maarten Klunder, een promovendus van een ander land, en de technicus van de helikopter. Wij stonden op het helidek te wachten op terugkeer van deze helikopter die ons om tien over half negen zou wegbrengen.

De opeenvolgende gebeurtenissen hierna beschreven zijn een reconstructie achteraf. In de eerste periode direct na het ongeval verbleven we in onzekerheid over de slachtoffers en de eerste reddingsacties.

Om half negen kwam via de noodradio een bericht binnen bij Polarstern en bij de andere helikopter. De technicus maakte melding van het neerstorten van zijn helikopter. Vanaf de Neumayer II-basis werd gebeld naar de bouwplaats Neumayer III waar een man bovenop een constructie is gaan staan en vandaar de plaats van het ongeval kon localiseren, op circa 2,4 kilometer afstand van de Neumayer II-basis.

Bouwvakkers van Neumayer III en twee artsen spoedden zich naar de plaats van het ongeluk. Daar aangekomen konden ze helaas niets anders dan de dood van de piloot en van Willem Polman vaststellen. Geconstateerd werd dat beiden op slag waren overleden. De drie gewonden werden ter plekke behandeld. Vervolgens werden drie vluchten gemaakt om elk van de drie gewonden naar het ziekenhuis aan boord van het schip over te brengen. De scheepsarts, twee verpleegsters en de twee artsen van de basis hebben de eerste 24 uren vrijwel non-stop gewerkt om de gewonden te stabiliseren.

Alle onderzoekers werden bijeen geroepen in de vergaderzaal waar de expeditieleider het overlijden van de piloot en Willem Polman heeft medegedeeld. De verslagenheid was zeer groot. Na enige tijd werd een minuut stilte gehouden, daarna nogenkele woorden. Na afloop zijn alle mensen van het Nederlandse team bijeengekomen in de blauwe salon rondom de grote ronde tafel. Daar hebben we eerst nogmaals een minuut stilte gehouden, toen in de kring elkaars hand vastgehouden en een geïmproviseerd gebed gehouden voor de slachtoffers en hun nabestaanden.

Zondagmiddag lukte het via-via om de directies en andere collega’s van AWI en NIOZ te bereiken. Deze hebben, waar mogelijk, persoonlijk de families van de overledenen en gewonden bezocht om het slechte nieuws mede te delen. Gelukkig was toen reeds bekend dat de drie gewonden buiten levensgevaar waren met een voorlopig goed vooruitzicht op volledig herstel.

Tevens zijn alle families van de overige opvarenden gebeld. Zowel bij het AWI als bij het NIOZ werd een crisiscentrum opgezet, dat zorgde voor persberichten in beide landen, onderlinge communicatie ook met Polarstern, en informatie aan derden, inclusief de media.

Maandagochtend 3 maart bij een kort bezoek aan het ziekenhuis aan boord bleek dat alle drie de gewonden reeds veel beter waren. In de volgende uren en dagen zag je ze verder snel opknappen, een geluk bij een groot ongeluk. De deskundigheid en enorme inzet van artsen en verpleegsters leverden prima resultaat.

Maandagavond vanaf zeven uur ’s avonds was er een rouwplechtigheid op het helikopterdek van Polarstern, waarbij aanwezig alle mensen van Neumayer II en III en Polarstern, met het indrukwekkend landschap van Antarctica en ijsbergen als achtergrond. Bij ruim 14 graden onder nul maar vrijwel windstil weer, luisterden de in poolpakken geklede groep naar een inleiding door de expeditieleider Eberhard Fahrbach, persoonlijke woorden over Willem Polman door Loes Gerringa, en over Stefan Winter door zijn collega-piloot. Toen deed iedereen zijn muts of capuchon af, een indrukwekkend moment, voor het Onze Vader dat regel voor regel in zowel Duits als Nederlands werd uitgesproken. Vervolgens luidde de kapitein de scheepsbel voor een minuut stilte, gevolgd door het slaan van de glazen van de scheepswacht tot acht belslagen voor einde wacht, waarna ‘goede rust’ werd uitgesproken.

In de volgende anderhalf uur werden de condoleanceregisters getekend, en troostte men elkaar, totdat uiteindelijk de laatste gasten van Neumayer II en III van het helideck in een speciale bak over de ijsrand werden gehesen om per pistebullies terug te keren naar hun bases.

Dinsdag 4 maart werden de werkzaamheden voor bevoorrading van de basis en terugkeer van materialen voortgezet, waarbij velen van ons meewerkten in daarvoor opgezette wachten. Na afloop van de reddingsoperaties en ladingtransporten, aanvaardden we verheugd de uitnodiging van de leider van het station voor een bezoek aan Neumayer II. De rondleiding door de ondergrondse basis, de gastvrijheid, en een wandeling buiten in de sneeuw hielpen ons om weer wat op krachten te komen.

Om vijf uur ’s middags vond een kleine plechtigheid plaats, van circa twintig mensen van Polarstern en de basis, inclusief zes Nederlandse deelnemers van de expeditie. Het constructieteam had twee houten kruisen gemaakt die in de sneeuw waren geplant. We waren net gearriveerd, toen iets verderop een wit vliegtuig opsteeg. Toen het boven ons vloog, rolde het vliegtuig even, zodat de vleugels een groet maakten naar de twee kruisen, en verdween enige tijd later uit het zicht. Een meer verheven afscheid van een poolonderzoeker is eigenlijk niet voor te stellen. Het Basler-BT-67-vliegtuig met de lichamen van de overledenen arriveerde enkele uren later op de Russische basis Novolazarevskaja.

Woensdagochtend 5 maart zou het enkele uren goed weer zijn, en zouden de drie gewonden worden overgebracht naar Novolazarevskaja. Op het geplande tijdstip negen uur ’s ochtends leek de weersituatie echter hopeloos. Iets later meldden de meteorologen gelukkig een verbetering van het weer. Het Baslervliegtuig vertrok daarom vanaf de ongeveer 750 kilometer verderop gelegen basis Novolazarevskaja.

We bewonderen de moed van de piloten en het inzicht van de meteorologen (van schip en basis) want enkele uren later kon het vliegtuig bij beter weer en goed zicht bij ons landen. Toen de sneeuw nog viel was iedereen al op het helidek om afscheid te nemen, verdrietig omdat ze weggingen, maar vooral met zeer grote opluchting dat de evacuatie toch nog ging lukken. De drie patiënten werden, de een na de ander, vanaf het helikopterdek over de ijsrand gehesen en in de pistebullies geplaatst, die vervolgens in de sneeuw verdwenen. Toen enige tijd later het vliegtuig onderweg was naar Novolazarevskaja mocht Polarstern vertrekken om de expeditie voort te zetten.

De geplande prachtige dag op Antarctica was geworden tot een tragedie.

In de namiddag vertrok een straalvliegtuig van Novolazarevskaja en dit arriveerde in Kaapstad op donderdagochtend 6 maart om tien voor half twee ’s nachts. De drie patiënten en de begeleidende arts werden direct naar het ziekenhuis gebracht, waar ons drietal een kamer deelt. Uit verdere berichten in de volgende dagen bleek dat nader onderzoek was gedaan met het verheugende resultaat dat iedereen waarschijnlijk volledig zal herstellen zonder blijvend letsel. Zeer binnenkort zal het drietal met dezelfde begeleidende arts naar Europa terugkeren.

Vanuit de eigen instituten, van familie en vrienden, en uit de gehele wereld ontvingen we steunbetuigingen die ons helpen om door te gaan in de bijzonder benarde situatie. Al snel groeide in enkele dagen het besef dat de beste optie is om, naar het voorbeeld en ter ere van de overleden collega’s, het werk als internationaal team voort te zetten. Het programma is aangepast en minder intensief, en ieder van ons heeft bovenal de vrije keuze om meer of minder tijd vrij te houden om met elkaar te praten en het leed te verwerken. Er is ook een groot aantal promovendi aan boord die de resultaten nodig hebben voor hun proefschrift.

Polarstern is nu terug op de nulmeridiaan om het laatste stuk (tussen Maud Rise en het continent) van deze sectie te voltooien. Daarna steken we de Weddellzee over om ongeveer 31 maart bij King George Island te arriveren.

Vanaf Polarstern gaan onze gedachten vooral uit naar de families van de overleden collega’s en wij wensen hen zeer veel sterkte bij dit grote verlies. Wij zijn zeer dankbaar aan de reddingswerkers van de basis, de artsen en verpleegsters, en alle anderen die zich zo enorm hebben ingezet, waardoor de lichamen van de dierbare overledenen konden worden geborgen, en de levens van drie inzittenden behouden konden blijven. Als eerbetoon aan onze overleden collega’s zullen we de expeditie tot een goed einde brengen. De stemming aan boord is stabiel, de pijn blijft.”

Namens de vijftien Nederlandse deelnemers nu aan boord van Polarstern,

Met oprecht hartelijke groet, Hein de Baar

Stem of voeg toe aanUitleg over het gebruik van deze icons :Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Plaats dit bericht op Twitter Geef dit als tip aan je Hyves-vrienden Voeg toe aan je Facebook-profiel Deel met je LinkedIn-contacten Abonneer je op de RSS-feed van deze site

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Laat een reactie achter