Eindelijk van NEEM naar Kangerlussuaq
Op woensdag 30 juni, 16 uur konden we eindelijk aan boord van de Hercules.
Er was besloten om eerst naar Summit te vliegen, zodat daar bijgetankt kon worden, en alsnog de weersituatie in SFJ bekeken kon worden. De deur was al dicht, maar er was nog iets aan de hand. De kleine crewmember met het rode haar had ons al geteld, en daarna de loadmaster ook, en toen een senior crewmember uit de cockpit nog eens, en toen moesten we een presentielijst tekenen. Dit hoeft normaal nooit. Het bleek dat Sepp tijdens het wachten terug was gegaan naar de trench om nog wat te werken, of de nieuwe mensen te instrueren. Ja, en als je dan lekker aan het werk bent vliegt de tijd en vergeet je alles om je heen.

Om 16:10 vertrokken we zonder problemen. Eventjes werd het zoals gebruikelijk heel warm in de cabine, maar later was het alsof er ergens een raampje open stond, zo koud was de rest van de vlucht. Op verzoek, vanwege het ijsvervoer, maar zo koud had ik nog niet eerder meegemaakt, ook de voorgaande weken op NEEM niet.
Een dik uur later waren we op Summit, waar het het toestel niet mochten verlaten. Het tanken duurde ongeveer een uur, en iedereen was koud en onrustig. Gelukkig vertrokken we weer zonder problemen en rond 20 uur landden we op SFJ. Daar moest natuurlijk meteen het ijs veilig in vriezers opgeborgen worden, en dat andere pallets werden naar het NEEM-magazijn vervoerd. Om 21 uur waren we weer in KISS, en gingen we snel naar de Thai, die tot 22 uur open is.
Daarna moesten Jocelyn en ik ervoor zorgen dat we onze kisten te pakken kregen. Jocelyn zou de volgende ochtend vroeg met de 109’s terugvliegen naar Albany, New York, en moest alle goederen nog klaarzetten, en ik had in KISS alle spullen die later naar het IMAU teruggestuurd konden worden, en in mijn kist zat alles wat wel meteen mee moest naar NL. We waren dus nog tot na middernacht in de zeikregen bezig met het verslepen en uit- en inpakken van onze kisten.
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Laat een reactie achter




