Lange dagen
Een schip is niet zo groot, heb ik ontdekt. Althans, dat wist ik natuurlijk wel. Maar dit schip, Lance is echt niet groot. En onze tweepersoonshut - ik deel die met Koreaanse Kim - is nog veel kleiner. Er staat een stapelbed in, een klerenkast, een aan de muur bevestigd tafeltje met bank en er hangt een wastafel. Ertussenin bevindt zich niet meer ruimte dan nodig is om de kont te keren. Een small of medium kont, that is.
Iedereen is ingedeeld in een van de twee shifts. Ik zit in shift twee. Hoewel ik als journalist wel een beetje mag smokkelen. Maar omdat ik vooral Simon en Noortje volg en toch een beetje solidair wil zijn, houd ik me er redelijk aan. De andere twee journalisten, een Noor en een Spanjaard, sjokken dwars door beide shifts heen.
Mijn taak is om zowel filmpjes en teksten voor dit blog te schrijven, als een reportage te maken voor Noorderlicht Radio. Genoeg te doen dus, zou je zeggen. Maar hele dagen filmen, schrijven of een microfoon onder neuzen duwen, dat gaat niet. Daar worden de filmpjes, de verhalen en de radioreportage niet leuker van.
Dus neem ik - net als de rest - af en toe een break. Ik lees een boek in de ‘tv room’, luister naar muziek op m’n iPod, of slaap (dat laatste gaat niet zelden gepaard met het eerste). Als ik dat beu ben, wil ik nog wel es even het dek op gaan. Of de brug, waar het uitzicht net zo goed zo niet beter is en de temperatuur een stuk aangenamer. Voor de zekerheid neem ik vaak fototoestel en videocamera mee, want je weet maar nooit. Soms kom ik buiten Simon tegen, die natuurlijk meteen weer een of ander fantastisch verhaal begint te vertellen. En dan baal ik dat ik niet m’n DAT-recorder heb meegenomen.
De dagen zijn lang, aan boord van de Lance. Er wordt hard gewerkt maar ook veel gewacht. Het boren naar klei en monsteren van zeewater gebeurt op enkele honderden meters diepte. Voordat het boorgevaarte helemaal beneden en vervolgens weer boven is, zijn er meerdere minuten verstreken. Sommigen lezen in die tijd een boekje, anderen kuieren wat heen en weer op het dek in de hoop een glimp op te vangen van een walvis, de volgende trekt zich even terug, naar daar waar het warm is. Ik behoor over het algemeen tot de kuieraars.
Maar ja, ik mag niet klagen. En dat doe ik natuurlijk ook niet. Want tja, ondanks al het gewacht en gekuier, zaten wij gisteren ineens wel mooi in een godallemachtig prachtig drijfijsveld. We zagen zeehonden springen en een eindje verderop zelfs walvissen. Helaas bleven ze een hele tijd op vrij grote afstand, tot een van de stuurmannen boven op de brug opeens naar ons, beneden op het dek, floot en recht vooruit in de verte wees. Een hele kudde, of een gezin, of z’n minst. We voeren er vlak langs. Om de beurt verschenen hun gebolde ruggen boven het oppervlak en spoten ze water de lucht in. Wauw.
Kleine vinvissen waren het. Althans, dat hebben de kapitein, twee bemanningsleden, Nalan de expeditieleidster, Noortje en ik besloten na een grondige studie van de Spitsbergenbeestenboeken en -kaarten op de brug. Tot 24 meter lang worden ze, die vinvissen.
Helaas had ik in plaats van mijn fototoestel of videocamera, m’n DAT-recorder bij me.
1 reactie
Laat een reactie achter



Net zoals de vorige keer ,heb ik alle bewondering voor het verblijf en het onder zoek wat julie doen.
Ben zeer geintresseerd in de resultaten
Stormt het nooit op de ijszee
gr Tinie