Adieu
Nou, dat was het dan. Het leek een maand maar was slechts anderhalve week. Hoe dan ook: het is voorbij. We zijn niet meer op prachtig Spitsbergen. In plaats daarvan zit ik nu op een hotelkamer in Oslo dit stukje te typen. Morgenvroeg om kwart voor acht vertrekt het vliegtuig naar Amsterdam. Mijn wekker staat op vijf uur vijftig.
Hoewel ik blij ben weer naar huis te gaan, vond ik ‘t vanochtend niet bepaald leuk om Lance - onze Lance - te verlaten. En toen vanmiddag het vliegtuig opsteeg en de piloot nog even een extra laag rondje boven Spitsbergen maakte, werd ik best een beetje sip. Iets wat ik niet had verwacht.
Amsterdam is leuk, maar die spitse bergen met die laag poedersuiker, die enorme gletsjers die in de fjorden helderblauwe brokken ijs achterlaten, tja, nou ja, daar heb ik gewoon geen superlatieven meer voor. Ik ga ze missen.
Net zoals ik het zachte schommelen, terwijl ik mijn kooi lig, ga missen. En de bulderende lach van Katrine, de grappen van Lindsay, de pogingen tot Nederlands van Dorthe, het ‘nououou-jongens-hou-nou-ohoop’ van Noortje en de aanhoudende stroom verhalen van Simon.
O en het eten natuurlijk. Die belachelijke hoeveelheid eten. En lekker jonge. Man man man.
Maar, Amsterdamse broodjes zijn ook best lekker. Of een frietje met.
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Laat een reactie achter


