Bundeling van onderwijs en onderzoek: Willem Barentsz Pool Instituut
Nederlanders laten al sinds de 16de eeuw hun sporen na in de poolgebieden. Zo pionierden Willem Barentsz (ca. 1550 - 20 juni 1597) en Dirck Gerritszoon Pomp, bijgenaamd Dirk China (1544-1608) in deze extreme streken, de één in het noorden, de ander in het zuiden. Tegenwoordig leveren Nederlandse wetenschappers belangrijke bijdragen aan de vermeerdering van kennis over de poolgebieden. De RUG heeft een lange en diverse traditie op het gebied van poolonderzoek, met onder andere: archeologisch onderzoek naar nederzettingen, trekvogelonderzoek, biologisch oceaanonderzoek en onderzoek van de klimaatgeschiedenis.
Het Willem Barentsz Pool Instituut bundelt deze brede poolexpertise en gebruikt deze kennis voor de opleiding van toekomstige poolonderzoekers. Ook richt het instituut zich op het geven van informatie aan publiek, media en beleidsmakers.
Waarom een instituut voor poolgericht onderwijs en onderzoek?
De Noord- en de Zuidpool zijn in vele opzichten uniek. Planten, dieren en mensen moeten zich er op specifieke manieren aanpassen aan extreme omstandigheden. De ijskappen van Groenland en Antarctica zijn reusachtige neerslagarchieven, met daarin waardevolle klimaatinformatie. De poolgebieden vormen belangrijke schakels in het wereldwijde klimaatsysteem. Zo vindt de opname van bijna 50% van antropogeen geproduceerd CO2 door de wereldzeeën plaats in de Arctische en Antarctische oceanen. Niettemin blijft ruim 50% achter in de atmosfeer, leidend tot mondiale opwarming, met de grootste en snelste temperatuurstijgingen in de noordelijke poolgebieden. Als gevolg hiervan treden veranderingen op in onder andere de omvang van de poolkap, de permafrost en de leefgebieden van de inheemse mensen, planten en dieren. De poolgebieden staan vanwege dit alles sterk in de belangstelling.
Waarom het Willem Barentsz Pool Instituut bij de RUG?
De Rijksuniversiteit Groningen heeft een lange en diverse traditie op het gebied van Noord- en Zuidpoolonderzoek.
Een sterk geprofileerde groep is de multidisciplinaire groep van het Arctisch Centrum, die 35 jaar onderzoekservaring heeft in poolgebieden en met archeologisch, historisch, geografisch en biologisch poolonderzoek nadrukkelijk in de belangstelling staat.
De afdeling Dierecologie (CEES, FWN) doet al sinds het eind van de jaren zeventig onderzoek naar ganzen op Spitsbergen.
De basiseenheid Ocean Ecosystems (CEES, FWN) doet sinds de jaren tachtig onderzoek in de polaire oceanen, in nauwe samenwerking met de vaste onderzoekspartner NIOZ (Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee). Het onderzoek is gericht op de effecten van klimaatverandering (ozongat, CO2 opname) en op de limitatie door gebrek aan spoormetalen voor het mariene plankton.
Het CIO (Centrum voor IsotopenOnderzoek) heeft in de afgelopen tien jaar in samenwerking met de afdeling IJs en Klimaat van het IMAU van de Universiteit Utrecht een lijn ontwikkeld waarbij (paleo)klimatologisch onderzoek wordt uitgevoerd op Spitsbergen, Groenland en Antarctica.
In totaal is een tiental leden van de vaste staf van drie faculteiten van de RUG structureel met poolonderzoek bezig en doet een twintigtal promovendi onderzoek in de poolgebieden.
Poolonderwijs gebundeld
Ook op het gebied van polair onderwijs speelt de RUG een grote rol. Alle genoemde groepen geven individueel onderwijs over de polen op bachelor of masterniveau. Het Arctisch Centrum geeft sinds 1987 een multidisciplinaire basiscursus Arctische studies en heeft sinds 1994 iedere twee jaar een studentexcursie naar Spitsbergen georganiseerd. Bovendien wordt masterstudenten van de RUG veelvuldig de mogelijkheid geboden om zelf in het Antarctische of Arctische gebied onderzoek te doen, zoals veldwerk op Spitsbergen of deelname aan Antarctische of Arctische zeegaande expedities. Het Willem Barentsz Pool Instituut gaat deze inspanningen op onderwijsgebied bundelen. Door een intensieve samenwerking, gedeeltelijke centralisatie en een betere coördinatie worden polaire studies aantrekkelijker voor studenten. ,
Waarom nu een Willem Barentsz Pool Instituut?
In 2007 en 2008 (officieel van 1 maart 2007 tot 1 maart 2009) vindt het vierde International Polar Year (IPY) plaats (www.IPY.org ), 50 jaar nadat het vorige IPY werd georganiseerd. Het IPY 2007/2008 zal een nieuwe impuls geven aan internationaal gecoördineerd wetenschappelijk onderzoek van de poolgebieden. Nationale commissies van het IPY, in Nederland het NWO (www.IPY.nl), coördineren de deelname en ondersteuning op nationaal niveau. De Nederlandse overheid heeft hiervoor extra middelen beschikbaar gesteld. Alle genoemde RUG groepen nemen intensief deel aan het IPY, waarbij naast wetenschappelijk onderzoek bovendien wordt ingezet op activiteiten op het gebied van onderwijs en publieksvoorlichting. Het Willem Barentsz Pool Instituut had dus op geen beter moment kunnen worden opgericht!
Op de agenda van het Willem Barentsz Pool Instituut staan voor de komende drie jaar:
-Starten van gebundeld poolonderwijs op Bachelor- en Masterniveau.
-Versterken van de samenwerking op het gebied van onderzoek.
-Een breder publiek, inclusief VWO scholieren, beleidsmakers en de media interesseren voor de poolgebieden en poolonderzoek.
-Meer samenwerking op logistiek gebied.
-Stimuleren van uitwisselingen binnen en buiten de RUG.
2 reacties
Laat een reactie achter



Ik zou graag willen weten of U ook literatuur en kennis heeft over de 7 Willem Barentsexpedities
rond 1880. Ik ben bezig aan een boek over de geschiedenis van het Zoölogisch Museum in Amsterdam en Max Weber de bioloog reisde met de vierde expeditie van 1881 mee naar de Noordpool. Over deze expeditie die het ZMA nieuw collectiemateriaal opleverde, zou ik meer willen weten.
Ook over organisatie en doel van de reizen. Heeft uw instituut hier nog gegevens over?
In het Scheepvaartmuseum in Amsterdam en in het Rijksmuseum liggen onder meer objecten en tekeningen van deze reizen.
Zijn deze 7 expedities voor U een belangrijke basis voor verder onderzoek geweest?
Vriendelijke groet,
Ella Reitsma
nooit reactie gekregen. Ella R.