<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	>

<channel>
	<title>Aan het eind van het IPY</title>
	<atom:link href="http://pooljaar.nl/terugblik/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://pooljaar.nl/terugblik</link>
	<description>Terugblik op vijf jaar IPY</description>
	<pubDate>Mon, 06 Feb 2012 10:21:02 +0000</pubDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.7.1</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>Coördinator Simon Troelstra: Dit is echt een hele vruchtbare uitwisseling geweest</title>
		<link>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/02/06/coordinator-simon-troelstra-dit-is-echt-een-hele-vruchtbare-uitwisseling-geweest/</link>
		<comments>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/02/06/coordinator-simon-troelstra-dit-is-echt-een-hele-vruchtbare-uitwisseling-geweest/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 06 Feb 2012 10:16:18 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Robert Lagendijk</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Coördinator]]></category>

		<category><![CDATA[HAVO-VWO 4-6]]></category>

		<category><![CDATA[Hoger onderwijs]]></category>

		<category><![CDATA[EOC]]></category>

		<category><![CDATA[norclim]]></category>

		<category><![CDATA[Outreach]]></category>

		<category><![CDATA[vu]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://pooljaar.nl/terugblik/?p=313</guid>
		<description><![CDATA[Universitair Hoofddocent Simon Troelstra (1947) van de Vrije Universiteit zit eigenlijk tussen twee disciplines in: paleontologie (ecologie) en stratigrafie (geologische tijd). Zijn sectie Marine Biogeologie is een onderdeel van de Faculteit Aard- en Levenswetenschappen. Een deel van zijn werkend bestaan richtte hij zich op de tropen en Indonesië. In de jaren ’90 (eerste eigen expeditie in 1997) begon zijn interesse ook naar het poolgebied uit te gaan waar hij vooral onderzoek vanaf een schip doet. Hij besloot met een collega van de Geologische Dienst van Groenland en Denemarken (GEUS) een voorstel voor het IPY te schrijven: NORCLIM. ‘Ik werkte al rondom Zweden/Denemarken en ben langzamerhand naar het noorden gegaan.’]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20090920-simon-troelstra-03882009.jpg" rel="lightbox[313]"><img class="alignleft size-medium wp-image-314" title="20090920-simon-troelstra-03882009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20090920-simon-troelstra-03882009-200x300.jpg" alt="20090920-simon-troelstra-03882009" width="200" height="300" /></a>Universitair Hoofddocent Simon Troelstra (1947) van de Vrije Universiteit zit eigenlijk tussen twee disciplines in: paleontologie (ecologie) en stratigrafie (geologische tijd). Zijn sectie Marine Biogeologie is een onderdeel van de Faculteit Aard- en Levenswetenschappen. Een deel van zijn werkend bestaan richtte hij zich op de tropen en Indonesië. In de jaren ’90 (eerste eigen expeditie in 1997) begon zijn interesse ook naar het poolgebied uit te gaan waar hij vooral onderzoek vanaf een schip doet. Hij besloot met een collega van de Geologische Dienst van Groenland en Denemarken (GEUS) een voorstel voor het IPY te schrijven: NORCLIM. ‘Ik werkte al rondom Zweden/Denemarken en ben langzamerhand naar het noorden gegaan.’<span id="more-313"></span></p>
<p><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20090920-simon-troelstra-04142009.jpg" rel="lightbox[313]"><img class="alignright size-medium wp-image-315" title="20090920-simon-troelstra-04142009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20090920-simon-troelstra-04142009-300x200.jpg" alt="20090920-simon-troelstra-04142009" width="300" height="200" /></a>In 2003 hoorde Troelstra voor het eerst over het aanstaande IPY. In het voorstel dat hij met een Hollandse collega bij GEUS schreef, werden archeologen en geologen aan elkaar gekoppeld. ‘De geschiedenis van de Inuit op Groenland bestaat uit momentopnames: er is geen doorlopende geschiedenis. Mensen komen en gaan weer weg; speelt het klimaat hierbij een rol? Het leek ons een goed plan om een continue klimaatsgeschiedenis over de laatste 2000 jaar te reconstrueren. Voor zo’n archief  moet je naar de zeebodem waar de sedimenten zonder onderbreking opgestapeld zijn. We hebben ook echt locaties gekozen die archeologisch goed bekend waren en daar in de buurt hebben we onze diepzeekernen genomen.’</p>
<p>Het werk werd verdeeld - de Denen en Noren zouden naar de microfauna van de boorkernen kijken, de VU-onderzoekers naar de sedimentsamenstelling. Hoeveel koolstof zit erin, wat is de korrelgrootteverdeling en de chemie daarvan? Troelstra zou bovendien schelpen uit de poolgebieden halen om de gegevens van de groeilijntjes op hun schelpen naast de bevindingen van de partners te kunnen leggen. Maar Troelstra kreeg geen geld voor het onderzoeksgedeelte en kon dus geen scheepstijd inkopen. Wel ontving hij geld om het NORCLIM-project, waarin al het onderzoek werd gebundeld, te coördineren. ‘Dat geld kun je gebruiken om een keer naar een schip toe te gaan. En je kunt eens een student naar een partner-instituut sturen. Maar voor eigen onderzoek was er geen geld, dat is dus voornamelijk door masterstudenten uitgevoerd.’</p>
<p><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20090920-simon-troelstra-04272009.jpg" rel="lightbox[313]"><img class="alignright size-medium wp-image-316" title="20090920-simon-troelstra-04272009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20090920-simon-troelstra-04272009-200x300.jpg" alt="20090920-simon-troelstra-04272009" width="200" height="300" /></a>Nu het IPY ten einde is gekomen, houdt NORCLIM officieel op te bestaan. De Denen en de Noren gaan weer hun eigen programma’s uitvoeren, maar de samenwerking blijft bestaan. Het IPY is goed geweest voor het verstevigen van de contacten. ‘We hebben de afgelopen vier of vijf jaar steeds mensen gratis mee kunnen sturen met de tochten van de Noren naar Spitsbergen. Er is daar veel werk gedaan door onze studenten. Drie van hen die de afgelopen jaren zijn meegevaren hebben inmiddels een promotiebeurs in Tromsø gekregen. Aan de andere kant helpen wij met onze apparatuur en het verwerken van data. Dit is echt een hele vruchtbare uitwisseling geweest.’</p>
<p>Troelstra merkt tijdens het geven van college de aantrekkingskracht van de pool. ’Ik heb heel wat mooie plaatjes en die laat ik dan zien. Dat prikkelt weer studenten om naar je toe te komen. Dan is de eerste stap natuurlijk dat ze er naar toe willen.’ Maar ook middelbare scholieren staan te trappelen om het poolonderzoek in te gaan. ‘ Een leraar uit Haarlem gaat ieder jaar met zijn scholieren naar Spitsbergen. Daar maken ze hun profielwerkstuk over. Ze doen daar een klein onderzoek. Leerling Pim Kaskes bestudeerde de schelpen en kwam met onder meer zo’n gewone blauwe mossel terug. Dat bleek achteraf heel bijzonder te zijn want die mossel is daar ongeveer duizend jaar weggeweest. Die zit er alleen in warmere tijden. Dus de mossel  is sinds de opwarming rondom Spitsbergen pas weer terug.’ Inmiddels is Pim Kaskes derdejaarsstudent Aardwetenschappen.</p>
<p><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20090920-simon-troelstra-03902009.jpg" rel="lightbox[313]"><img class="alignleft size-medium wp-image-317" title="20090920-simon-troelstra-03902009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20090920-simon-troelstra-03902009-300x200.jpg" alt="20090920-simon-troelstra-03902009" width="300" height="200" /></a>Voor Troelstra speelt outreach een belangrijke rol. Hij geeft veel lezingen. ‘Dat heb ik altijd gedaan. Voor de verenigingen van amateurgeologen maar ook een lezingencyclus voor de HOVO (Hoger Onderwijs voor Ouderen). Het is heel dankbaar werk, iedereen komt er uit belangstelling. Een natuurkundeleraar mag al van geluk spreken als er vier leerlingen in de klas zitten die natuurkunde echt leuk vinden. Dat kun je met studenten soms ook nog wel hebben, die kunnen nog hoera roepen als het college niet doorgaat. Maar bij dit soort lezingen is iedereen er altijd. Ze komen met fossielen die ze gevonden hebben. Ze hebben er zelf al over gelezen en stellen veel vragen. Dat is de leuke kant. Het is het warme bad om echt met liefhebbers te praten. Veel onderzoek blijft hier binnen de muren terwijl ik denk: waarom komt dat niet naar buiten. Het pooljaar dwong mij dat wel te doen: een lezing in Artis, of in Naturalis. Ik heb daarvoor de VU Media Komeet 2007 prijs gekregen. Vierduizend euro en een mooi beeldje!’</p>
<p>Soms was het managen van NORCLIM frustrerend: ‘Coördineren betekent de zaak op gang houden, maat het is toch ook wel fijn als je daarbij ook financieel een rol kan spelen Maar vooral de Denen en de Noren hebben veel geld in NORCLIM gestopt. Zij zijn dan op expeditie dan ook eigenlijk wel de baas. Het was mooi geweest als ik een keer iets terug had kunnen doen. Onderzoek op een groter schip en dan de Noren en de Denen bij mij op het schip uitnodigen. Dat is er niet van gekomen.  Ik heb gelukkig zelf nog een korte tocht met een klein schip in Diskobay kunnen betalen. Voor de marine discipline geldt dat het financieel eigenlijk onmogelijk is geworden om zeeonderzoek helemaal zelfstandig te doen. Er bestaat nu dan ook een heel logistiek systeem, waarbij je kunt zien welk internationaal schip in welke periode waar is. Dus je gaat niet altijd meer met een Nederlands schip op expeditie, dat is flink kostenbesparend’</p>
<p><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20090920-simon-troelstra-03952009.jpg" rel="lightbox[313]"><img class="alignright size-medium wp-image-318" title="20090920-simon-troelstra-03952009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20090920-simon-troelstra-03952009-200x300.jpg" alt="20090920-simon-troelstra-03952009" width="200" height="300" /></a>Troelstra pleit er voor om in de toekomst te kijken of een gedeelte van het geld op een andere manier besteed kan worden. Zelf heeft hij de twintigduizend euro die hij als coördinator kreeg optimaal gebruikt. ‘Naast het sponsoren van specifieke projecten, zou het goed zijn een budget te hebben voor kleinere projecten, waarmee meer onderzoekers geholpen zouden kunnen zijn. Een paar duizend euro voor 14C dateringen bijvoorbeeld. Ik zit zelf in een commissie om onderzoeksvoorstellen te beoordelen. Dit jaar worden er ongeveer honderd verwacht, het merendeel perfecte voorstellen van eind dertigers en begin veertigers voor wie de aanvraag vaak een laatste kans op een vaste aanstelling is. Uiteindelijk wordt er maar een klein percentage gehonoreerd, maar die krijgen dan ook veel geld om een eigen onderzoeksgroep te starten. De rest krijgt niets. Met iets minder zouden meer voorstellen het halen, maar dat is waarschijnlijk weer niet aantrekkelijk voor de universiteiten.’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/02/06/coordinator-simon-troelstra-dit-is-echt-een-hele-vruchtbare-uitwisseling-geweest/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Ronald Plasterk (ex-Minister OCW): De poolonderzoeker is eigenlijk de ambassadeur van de gehele wetenschap</title>
		<link>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/02/06/ronald-plasterk-ex-minister-ocw-de-poolonderzoeker-is-eigenlijk-de-ambassadeur-van-de-gehele-wetenschap/</link>
		<comments>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/02/06/ronald-plasterk-ex-minister-ocw-de-poolonderzoeker-is-eigenlijk-de-ambassadeur-van-de-gehele-wetenschap/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 06 Feb 2012 10:08:52 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Robert Lagendijk</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Beleid]]></category>

		<category><![CDATA[HAVO-VWO 4-6]]></category>

		<category><![CDATA[Hoger onderwijs]]></category>

		<category><![CDATA[den haag]]></category>

		<category><![CDATA[EOC]]></category>

		<category><![CDATA[ocw]]></category>

		<category><![CDATA[willem-alexander]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://pooljaar.nl/terugblik/?p=305</guid>
		<description><![CDATA[Ronald Plasterk (1957) is Tweede Kamerlid voor de Partij van de Arbeid en was Minister van OC&#038;W ten tijde van het IPY. In hart en nieren is Plasterk een wetenschapper. Als bioloog specialiseerde hij zich in moleculaire genetica. Hij raakte betrokken bij het internationale pooljaar vanaf het officiële startschot daarvan in Groningen. Op dat moment was er lopend beleid vanuit zijn departement maar ging hij zich verder verdiepen in het dossier. ‘Ik ben naar een boekhandel gegaan en heb alles gekocht wat ik kon vinden over de polen.’]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20091012-ronald-plasterk-02172009.jpg" rel="lightbox[305]"><img class="alignright size-medium wp-image-306" title="20091012-ronald-plasterk-02172009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20091012-ronald-plasterk-02172009-300x200.jpg" alt="20091012-ronald-plasterk-02172009" width="300" height="200" /></a>Ronald Plasterk (1957) is Tweede Kamerlid voor de Partij van de Arbeid en was Minister van OC&amp;W ten tijde van het IPY. In hart en nieren is Plasterk een wetenschapper. Als bioloog specialiseerde hij zich in moleculaire genetica. Hij raakte betrokken bij het internationale pooljaar vanaf het officiële startschot daarvan in Groningen. Op dat moment was er lopend beleid vanuit zijn departement maar ging hij zich verder verdiepen in het dossier. ‘Ik ben naar een boekhandel gegaan en heb alles gekocht wat ik kon vinden over de polen.’<span id="more-305"></span></p>
<p><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20091012-ronald-plasterk-02272009.jpg" rel="lightbox[305]"><img class="alignleft size-medium wp-image-307" title="20091012-ronald-plasterk-02272009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20091012-ronald-plasterk-02272009-300x200.jpg" alt="20091012-ronald-plasterk-02272009" width="300" height="200" /></a>Het belang voor de politiek van poolonderzoek is groot. Plasterk: ‘De bezorgdheid over de opwarming van de aarde is actueel. En dus kun je het best klimaatonderzoek doen op de plak waar de gevolgen het meest zichtbaar zijn. Daar zie je dat de poolkap smelt. En als je dus een vinger aan de pols van het wereldklimaat wilt houden, moet je daar zijn. Daarnaast heeft de Zuidpool, omdat deze niet permanent bewoond is, weinig vaste infrastructuur. Je hebt er geen KNMI in de Bilt. En dus moet dat allemaal neergezet worden door andere landen.’ Maar wat volgens Plasterk misschien het grootste pluspunt is van poolonderzoek is de aantrekkingskracht die het heeft op jongeren. Jongeren hebben de droom er te overwinteren waarbij de extreme omstandigheden het juist extra aanlokkelijk maken. De poolonderzoeker is eigenlijk de ambassadeur van de gehele wetenschap. Ze zouden dat meer moeten beseffen. De meeste wetenschappers in de wereld komen nauwelijks hun laboratorium uit, en met dat beeld is een carrière in het onderzoek slecht te verkopen.’</p>
<p>Het hoogtepunt van het IPY voor Ronald Plasterk was het bezoek samen met Prins Willen-Alexander en prinses Maxima aan Antarctica. Vooraf las hij zich goed in. ‘Daarnaast zag ik dat dit een enorme kans was om aan outreach te doen. We gingen uiteindelijk met z’n vijven en het was niet mogelijk om een cameraploeg mee te nemen. Ik heb toen van het televisieprogramma EenVandaag een professionele camera meegekregen.’ Met de Rijksvoorlichtingsdienst werd afgesproken dat Plasterk vrijuit zou mogen filmen. Het gezelschap (het prinselijk paar, een beveiliger, wetenschapper Jan Stel en Plasterk) reisde van het meest zuidelijke puntje van Zuid Amerika naar de Zuidpool.</p>
<p>Plasterk was meteen gegrepen door de natuur. ‘Ik ben ooit bioloog geworden omdat ik een dierenliefhebber ben. Het interessante van de Zuidpool is dat dieren daar eigenlijk geen natuurlijke vijanden hebben. Je ziet er het eind van de voedselketen. De dieren zijn niet bang en lopen niet weg voor je. Je moet ze natuurlijk niet verstoren, maar het is een groot verschil met een safari in Afrika waar je altijd door een verrekijker moet kijken.’ Daarnaast sprak de ongerepte natuur Plasterk enorm aan. ‘Op een gegeven moment zijn we met een klein vliegtuigje over een bergkam gevolgen en hebben we daar een paar nachten gekampeerd. Daar was waarschijnlijk nog nooit iemand geweest.’</p>
<p>Voor het vertrek van Plasterk was al besloten om te investeren in het onderzoek op Antarctica. ‘We verbleven bij de Britten op Rothera. De Belgen hadden inmiddels besloten om voor veel geld zelf een station te bouwen. Dat was nog voor de crisis. Door dit werkbezoek ben ik mij gaan realiseren dat er heel veel geld in overhead gaat zitten; je moet bijvoorbeeld een landingsbaan hebben. Maar omdat de onderzoekers er ook voor lange periodes zitten, heb je een kliniek nodig waar je kunt opereren. Daarnaast moet er een tandarts zijn en een fysiotherapeut. Dus je maakt heel veel kosten die niets met het onderzoek te maken hebben.’</p>
<p><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20091012-ronald-plasterk-02222009.jpg" rel="lightbox[305]"><img class="alignright size-medium wp-image-308" title="20091012-ronald-plasterk-02222009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20091012-ronald-plasterk-02222009-300x200.jpg" alt="20091012-ronald-plasterk-02222009" width="300" height="200" /></a>Het is volgens Plasterk ongewenst dat ieder land een eigen stukje Zuidpool opeist door er kampen te bouwen. ‘Onderzoekers zouden het liefst nieuwe apparatuur voor hun werk krijgen. Maar die apparatuur is na een paar jaar verouderd. Ik heb toen besloten om in iets te investeren dat een blijvend en zichtbaar karakter zou hebben: een soort Holland house maar dan als aanvulling op het Britse station, waar we ook wetenschappelijk gezien buren van zijn. Hun werk ligt dicht tegen dat van ons aan. Dat was echt mijn idee en ik heb daar hard aan getrokken. Er was aanvankelijk heel wat tegengas van onderzoekers die de voorkeur hadden voor een instrument.’</p>
<p>Wat volgde was een nauw contact met wetenschappers uit Cambridge. ‘Ik wilde zeker weten dat er continuïteit zou komen voor ons Antarctische onderzoek. En dus moesten goede afspraken gemaakt worden met onze regering.’ Er werd besloten tot de plaatsing van vier onderzoeksruimtes waar schoon bemonsterd kan worden. ‘Wij kunnen gebruik maken van de faciliteiten van de Britten en zij van de onze. Daarnaast betalen wij een vergoeding voor het gebruik van de landingsbaan.’ Plasterk maakte uiteindelijk meer geld vrij dan er begroot was. ‘Ik heb het groot op willen zetten.’</p>
<p>Dat er vooral geïnvesteerd is in het Zuidpool onderzoek heeft volgens Plasterk ook te maken met de status van het onbewoonde continent. ‘Rond de Noordpool hebben meerder landen belangen wat betreft de olievoorraden onder het zeeijs. Daar geldt het zeerecht. Maar Antarctica is een continent zonder echte regels en wetten. Er zal vast wel eens worden ingebroken en er is wel een vorm van politioneel toezicht, maar dat wordt niet krachtens een staat uitgeoefend. Wat dat betreft is Antarctica ook een proeftuin voor een nieuwe vorm van wereldorde, waarbij een verdrag van natiestaten een legitiem gezag uitoefent.’</p>
<p>IPY heeft volgens Plasterk heel wat opgeleverd. Hij constateert de enorme aandacht in de media voor het onderzoek en dan vooral het klimaatonderzoek. ‘Dat levert vervolgens weer geld op om dat onderzoek te blijven doen. Daarnaast hoop ik dat door de investering op de Zuidpool de continuïteit van het onderzoek gegarandeerd is en dat de Nederlandse aanwezigheid daar bestendig is geworden. Ik hoop dan ook dat als de onderzoeks-units geopend worden dat Willem-Alexander en Maxima daar bij zullen zijn. zij waren tijdens die reis echt fantastisch betrokken en geïnteresseerd, en daardoor ideale ambassadeurs voor het wetenschappelijk.’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/02/06/ronald-plasterk-ex-minister-ocw-de-poolonderzoeker-is-eigenlijk-de-ambassadeur-van-de-gehele-wetenschap/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Senior Peter van Velthoven: Samenwerking is essentieel in het onderzoek</title>
		<link>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/02/02/senior-peter-van-velthoven-samenwerking-is-essentieel-in-het-onderzoek/</link>
		<comments>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/02/02/senior-peter-van-velthoven-samenwerking-is-essentieel-in-het-onderzoek/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 02 Feb 2012 14:47:52 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Robert Lagendijk</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[HAVO-VWO 4-6]]></category>

		<category><![CDATA[Hoger onderwijs]]></category>

		<category><![CDATA[Senior]]></category>

		<category><![CDATA[klimaat]]></category>

		<category><![CDATA[klimatmodellen]]></category>

		<category><![CDATA[knmi]]></category>

		<category><![CDATA[meten]]></category>

		<category><![CDATA[ozon]]></category>

		<category><![CDATA[utrecht]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://pooljaar.nl/terugblik/?p=295</guid>
		<description><![CDATA[Natuurkundige Peter van Velthoven (1958) werkt sinds 1992 als onderzoeker bij het KNMI (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut). Momenteel is hij hoofd Chemie en Klimaat. Zijn afdeling houdt zich bezig met het modelleren van de atmosferische samenstelling voor het klimaat, voor de ozonlaag en voor de luchtkwaliteit. Tijd om zelf het veld in te gaan heeft Velthoven niet meer; hij begeleidt voornamelijk onderzoek. Hij heeft zelf ervaring met onderzoek in het poolgebied. In de jaren 90 werd zijn voorstel door NWO gehonoreerd en stortte hij zich op het gat in de ozonlaag boven Antarctica.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p class="p1"><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20091003-peter-van-velthoven-09172009.jpg" rel="lightbox[295]"><img class="alignright size-medium wp-image-296" title="20091003-peter-van-velthoven-09172009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20091003-peter-van-velthoven-09172009-200x300.jpg" alt="20091003-peter-van-velthoven-09172009" width="200" height="300" /></a>Natuurkundige Peter van Velthoven (1958) werkt sinds 1992 als onderzoeker bij het KNMI (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut). Momenteel is hij hoofd Chemie en Klimaat. Zijn afdeling houdt zich bezig met het modelleren van de atmosferische samenstelling voor het klimaat, voor de ozonlaag en voor de luchtkwaliteit. Tijd om zelf het veld in te gaan heeft Velthoven niet meer; hij begeleidt voornamelijk onderzoek. Hij heeft zelf ervaring met onderzoek in het poolgebied. In de jaren 90 werd zijn voorstel door NWO gehonoreerd en stortte hij zich op het gat in de ozonlaag boven Antarctica.<span id="more-295"></span></p>
<p class="p2">
<p class="p2">
<p class="p1">Op het KNMI werken zo’n 90 onderzoekers: ongeveer 60 bij de afdeling klimaat en seismologie en 30 bij het weeronderzoek en infrastructuur. ‘We kijken naar verschillende tijdschalen. Voor klimaat kijken we vooral naar tijdschalen van enkele tientallen tot duizenden jaren en voor de weersverwachtingen rekenen we tot een paar weken vooruit. Er zijn nu ook seizoenverwachtingen, maar een echt betrouwbare weerverwachting kun je maken voor hooguit vijf tot tien dagen.’</p>
<p class="p2">
<p class="p1"><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20091003-peter-van-velthoven-08832009.jpg" rel="lightbox[295]"><img class="alignleft size-medium wp-image-297" title="20091003-peter-van-velthoven-08832009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20091003-peter-van-velthoven-08832009-200x300.jpg" alt="20091003-peter-van-velthoven-08832009" width="200" height="300" /></a>Het KNMI werd door NWO in een vroeg stadium bij het IPY betrokken. ‘Of wij wilden meewerken aan de organisatie van het IPY. Toen ben ik eigenlijk van het begin af aan betrokken geweest bij het organiseren, ik zat in een van de commissies en we gingen kijken bij welke ministeries we geld konden ophalen.’ Het KNMI viel toen zelf onder Verkeer en Waterstaat, het huidige Infrastructuur en Milieu.</p>
<p class="p2">
<p class="p1">Geen van de projecten waar het KNMI mee intekende voor het IPY werd gehonoreerd. En dus bleef het voor het instituut bij het lopende onderzoek. ‘En er was een samenwerking met het glaciologisch onderzoek van de Universiteit van Utrecht. Daar hebben we wel wat geld voor gekregen. Wij maken klimaatscenarios en proberen iets te zeggen over de zeespiegelstijging. Bij warmte zet niet alleen het water uit, het ijs gaat ook smelten. Als dat het zeeijs is, gebeurt er niet zoveel. Maar als het landijs smelt kan het zeeniveau enorm stijgen.’</p>
<p class="p2">
<p class="p1">Verder pasten onderzoekers klimaatmodellen van het KNMI toe op Groenland. ‘Die mogen ze dan van ons gebruiken en daar interpreteren ze hun metingen mee. Zo wordt het model beter. En met hun metingen op de gletsjers kunnen wij weer berekenen wat de invloed op het zeeniveau is. Vervolgens beoordeelt de universiteit weer onze uitspraken over het zeeniveau. Het is echt een nauwe samenwerking.’</p>
<p class="p2">
<p class="p1">De satellietwaarnemingen van het KNMI werden wereldwijd gebruikt tijdens het IPY om het onderzoek te ondersteunen. ‘Dat zijn onze beelden. KNMI is de principal investigator van het Ozone Monitoring Instrument, OMI. Om PI te worden heb je een lange adem nodig. Dat is een traject van vijftien jaar. Maar dankzij de satelliet kunnen alle universiteiten onze gegevens gebruiken. Van een paar andere instrumenten zijn wij co-investigator. Dat zijn allemaal instrumenten waarmee de ozon wordt gemeten. Toen het gat in de ozonlaag in 1979 werd ontdekt deed NASA deze metingen. Sinds 2003 wordt dit voortgezet door Europese instrumenten.’</p>
<p class="p2">
<p class="p1"><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20091003-peter-van-velthoven-09062009.jpg" rel="lightbox[295]"><img class="alignleft size-medium wp-image-299" title="20091003-peter-van-velthoven-09062009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20091003-peter-van-velthoven-09062009-300x200.jpg" alt="20091003-peter-van-velthoven-09062009" width="300" height="200" /></a>Hoewel een groot deel van het werk van het KNMI direct met het poolonderzoek te maken heeft, kom je Van Velthoven niet gauw boven de poolcirkels tegen. ‘We gaan zelf niet meer naar de pool toe en daardoor hebben we misschien de laatste jaren een wat mindere rol in dat programma. De laatste expeditie is ergens in de zestiger jaren geweest, samen met de Belgen. Wij gebruiken moderne middelen: een satelliet ligt veel meer op onze weg. We kunnen niet alles doen. Vanaf de tachtiger jaren is eigenlijk pas het klimaatonderzoek van de grond gekomen en daar is door het KNMI heel fors op ingezet. Dat betekend dat je andere dingen toch vaak wat minder gaat doen.’</p>
<p class="p2">
<p class="p1">Toch heeft het IPY heel wat opgeleverd voor het KNMI: ‘We hebben veel geleerd over de ozonlaag. Maar voor ons lagen de bijzondere momenten precies voor en na 2007. Daarnaast heeft het IPY voor een kwaliteitsverbetering opgeleverd van de gegevens die wij naar buiten brengen. Omdat de onderzoekers onze modellen gebruiken en alles aan ons terugkoppelen, kunnen wij vervolgens weer betere voorspellingen doen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de zeespiegelstijging, de ozonlaag of de roetdeeltjes die een effect op het klimaat hebben. Voor ons zitten er heel wat interessante aspecten aan de poolgebieden. Je kunt niet iets over de zeespiegelstijging in Nederland zeggen zonder iets te weten over het ijs op Groenland. Samenwerking is essentieel in het onderzoek.’</p>
<p class="p2">
<p class="p1"><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20091003-peter-van-velthoven-09312009.jpg" rel="lightbox[295]"><img class="alignright size-medium wp-image-300" title="20091003-peter-van-velthoven-09312009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20091003-peter-van-velthoven-09312009-300x200.jpg" alt="20091003-peter-van-velthoven-09312009" width="300" height="200" /></a>Hoewel het voorstel om onderzoek te doen naar de gevolgen van vervuiling boven de poolcirkel van Van Velthoven werd afgewezen ziet hij wel dat het IPY goed geweest is voor het wetenschappelijke klimaat in Nederland. ‘We hebben bij een aantal van die grote projecten de leiding gehad. Ik denk dat het een goede aanpak is: selectief zijn in het aantal projecten die je uitkiest en die dan fors ondersteunen.’</p>
<p class="p2">
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/02/02/senior-peter-van-velthoven-samenwerking-is-essentieel-in-het-onderzoek/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Junior Stef Weijers: Het IPY heeft mij veel geluk gebracht</title>
		<link>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/02/02/junior-stef-weijers-het-ipy-heeft-mij-veel-geluk-gebracht/</link>
		<comments>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/02/02/junior-stef-weijers-het-ipy-heeft-mij-veel-geluk-gebracht/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 02 Feb 2012 14:43:27 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Robert Lagendijk</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[HAVO-VWO 4-6]]></category>

		<category><![CDATA[Hoger onderwijs]]></category>

		<category><![CDATA[Junior]]></category>

		<category><![CDATA[amsterdam]]></category>

		<category><![CDATA[biologie]]></category>

		<category><![CDATA[jaarringonderzoek]]></category>

		<category><![CDATA[noordpool]]></category>

		<category><![CDATA[vu]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://pooljaar.nl/terugblik/?p=288</guid>
		<description><![CDATA[Stef Weijers (1978) studeerde Biologie in Utrecht maar werkt nu aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Daar is hij aio bij Systeemecologie, een afdeling van Ecologie van de Faculteit der Aard- en Levenswetenschappen. Als promovendus van Jelte Rozema kwam hij terecht op Spitsbergen waar hij jaarringenonderzoek doet: dendrochronologie. In het Noordpoolgebied zijn geen bomen en dus onderzoekt hij een struikje, Cassiope tetragona, dat wonderlijk genoeg jaargroeistrepen in de lengterichting vormt. Het plantje blijkt daarmee prima in staat om iets over het klimaat van vroeger te vertellen. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p class="p1"><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20090929-stef-weijers-07592009.jpg" rel="lightbox[288]"><img class="alignleft size-medium wp-image-289" title="20090929-stef-weijers-07592009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20090929-stef-weijers-07592009-300x200.jpg" alt="20090929-stef-weijers-07592009" width="300" height="200" /></a>Stef Weijers (1978) studeerde Biologie in Utrecht maar werkt nu aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Daar is hij aio bij Systeemecologie, een afdeling van Ecologie van de Faculteit der Aard- en Levenswetenschappen. Als promovendus van Jelte Rozema kwam hij terecht op Spitsbergen waar hij jaarringenonderzoek doet: dendrochronologie. In het Noordpoolgebied zijn geen bomen en dus onderzoekt hij een struikje, Cassiope tetragona, dat wonderlijk genoeg jaargroeistrepen in de lengterichting vormt. Het plantje blijkt daarmee prima in staat om iets over het klimaat van vroeger te vertellen. <span id="more-288"></span></p>
<p class="p2">
<p class="p1">Dat een balletje raar kan rollen, weet Weijers. Na zijn studie koos hij voor een baan in het bedrijfsleven. Hij kwam bij de KLM op Schiphol terecht als functioneel applicatiemanager en hield zich bezig met softwareontwikkeling. Iets heel anders. Hij kwam wel in contact met Rozema, die hem wees op de mogelijkheden van het IPY. ‘Ik zocht een manier om terug te gaan naar de wetenschap. Daar ligt mijn hart. Ik heb Biologie gestudeerd en mij altijd met klimaatreconstructies bezig gehouden. In 2008 kon ik aan de VU beginnen en die zomer zat ik meteen in Lonyearbyen op Spitsbergen.’</p>
<p class="p2">
<p class="p1">De passie die Weijers voelt voor  onderzoek komt voort uit pure nieuwsgierigheid. ‘Ik wil het verleden reconstrueren waarover nooit iets over is opgeschreven. Ik kan echt gelukkig worden als ik een oude plant vind en vervolgens dagenlang met de data  puzzelen tot ik een probleem heb opgelost.’</p>
<p class="p2">
<p class="p1"><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20090929-stef-weijers-07882009.jpg" rel="lightbox[288]"><img class="alignright size-medium wp-image-290" title="20090929-stef-weijers-07882009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20090929-stef-weijers-07882009-200x300.jpg" alt="20090929-stef-weijers-07882009" width="200" height="300" /></a>Vier zomers bracht Weijers met zijn open top broeikassen door op Spitsbergen. De rest van de tijd was hij te vinden in het lab en achter zijn bureau. Dat leidde tot een aantal artikelen ‘Ik heb een paper samen met Jelte gepubliceerd en eentje waarvan ik de eerste auteur ben. Ik ben nu met de overige drie bezig; ik heb ze op zich allemaal geschreven maar ze zijn allemaal in verschillende fases richting publicatie.’ Als het goed is studeert Weijers in het voorjaar van 2012 af. Daarnaast werkt hij op het ogenblik samen met een internationale groep struikonderzoekers onder meer aan een artikel voor een special issue dat onderzoek over struiken in het poolgebied bundelt.</p>
<p class="p2">
<p class="p1">Hoewel hij bij aanvang van het IPY nog niet besefte hoe groot de kans was die hij kreeg, is Weijers zich dat inmiddels wel bewust. ’Het was natuurlijk een enorme meevaller dat ik al die reizen heb kunnen maken en dat ik in zo’n prachtig gebied heb kunnen werken. Maar dat was niet mijn prioriteit. Ik wilde vooral weer het onderzoek in. De kans om in het poolgebied dit onderzoek te doen, nee, ik had geen idee dat het zo goed zou uitpakken. Het heeft mij veel geluk gebracht’</p>
<p class="p2">
<p class="p1">De ontdekking dat Cassiope groeistrepen in de lengte vertoont als je het opensnijdt, zorgde misschien wel voor de grootste euforie. ‘Het is een kleine doorbraak. Dit is een nieuw plantkenmerk. Hierdoor kunnen we veel verder terug in de tijd dan voor mogelijk werd gehouden.’ Wat het nut is van deze groeistrepen is nog onbekend. ‘Maar het levert veel informatie op.’ Informatie die Weijers graag deelt met collega’s op congressen. ‘Er is een Deense vrouw die een soortgelijk onderzoek deed op Groenland. Inmiddels gebruikt zij daar nu ook onze methode. Het is dus juist erg nuttig om te delen.’</p>
<p class="p2">
<p class="p1"><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20090929-stef-weijers-07692009.jpg" rel="lightbox[288]"><img class="alignright size-medium wp-image-291" title="20090929-stef-weijers-07692009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20090929-stef-weijers-07692009-300x200.jpg" alt="20090929-stef-weijers-07692009" width="300" height="200" /></a>En zo zette Weijers Nederland binnen het wereldje van de dendrochronologie meer op de kaart. ‘Ik heb enorm veel positieve reacties gekregen op mijn onderzoek en de vindplaatsen. En je ziet dat het onderzoek navolging krijgt.’ Overigens is de groep jaarringonderzoekers die zich met poolstruikjes bezighoudt wereldwijd niet echt groot: ‘Ik denk dat het aantal niet boven de tien komt. Maar ik heb vorig jaar een presentatie gehouden op een groot congres in Finland en daar was wel al een hele afdeling over struiken. Dus er is wel steeds meer aandacht voor. Over woestijngebieden zijn ook nauwelijks klimaatgegevens bekend, omdat er geen bomen zijn te vinden. Maar er zijn wel struikjes en dus kunnen we nog veel werk verrichten. Ik denk dat deze manier van onderzoek blijvend is en alleen maar zal groeien.</p>
<p class="p2">
<p class="p1">In tegenstelling tot andere jonge onderzoekers, heeft Weijers zich tijdens het IPY niet speciaal gericht op outreach. ‘Ik heb een lezing gehouden, meer niet. Ik heb mij helemaal gestort op het onderzoek. Daar gaat het uiteindelijk om.’ Weijers is er zo op gebrand om voorlopig in de wereld van de wetenschap te blijven werken, dat hij zijn voelsprieten inmiddels al heeft uit staan voor de periode na zijn promotie. ‘Ik heb toch wel een netwerk opgebouwd met mensen die daar permanent onderzoek doen. Het is toch een redelijk onontgonnen gebied, dus er is nog wel het een en ander te doen. Ik ben o.a. bezig om in Duitsland aan de slag te kunnen.’</p>
<p class="p2">
<p class="p1"><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20090929-stef-weijers-07572009.jpg" rel="lightbox[288]"><img class="alignleft size-medium wp-image-292" title="20090929-stef-weijers-07572009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/02/20090929-stef-weijers-07572009-200x300.jpg" alt="20090929-stef-weijers-07572009" width="200" height="300" /></a>Het is dus wachten op een plek als postdoc. ‘Maar ik heb ook wel ideeën om zelf een vervolgonderzoek aan te vragen. Helaas is het daarvoor niet de meest gunstige tijd in Nederland. Ik heb allerlei plannetjes, maar het is nog even afwachten. Eerst moet ik nog promoveren. Ik kan niet wachten want ik wil weer met iets nieuws beginnen.’</p>
<p class="p2">
<p class="p2">
<p class="p2">
<p class="p2">
<p class="p2">
<p class="p2">
<p class="p2">
<p class="p2">
<p class="p2">
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/02/02/junior-stef-weijers-het-ipy-heeft-mij-veel-geluk-gebracht/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Taco de Bruin, datacoördinator: Je ziet in ieder geval wel dat jonge onderzoekers verwachten dat data openbaar zijn</title>
		<link>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/01/18/taco-de-bruin-datacoordinator-je-ziet-in-ieder-geval-wel-dat-jonge-onderzoekers-verwachten-dat-data-openbaar-zijn/</link>
		<comments>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/01/18/taco-de-bruin-datacoordinator-je-ziet-in-ieder-geval-wel-dat-jonge-onderzoekers-verwachten-dat-data-openbaar-zijn/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 18 Jan 2012 11:10:49 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Robert Lagendijk</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[HAVO-VWO 4-6]]></category>

		<category><![CDATA[Hoger onderwijs]]></category>

		<category><![CDATA[NWO]]></category>

		<category><![CDATA[data]]></category>

		<category><![CDATA[nioz]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://pooljaar.nl/terugblik/?p=267</guid>
		<description><![CDATA[Taco de Bruin (1959) is sinds 1989 bij het NIOZ op Texel. Afgestudeerd in Natuurkunde met als hoofdvak Meteorologie ging hij eerst aan de slag als onderzoeker. Vervolgens hielp hij bij het opzetten van een Data Management Groep (DMG) waar hij nu coördinator van is. De groep, die voor een belangrijk deel gefinancierd wordt door NWO, concentreerde zich eerst alleen op oceanografisch onderzoek maar zet zich tegenwoordig ook in voor polair onderzoek. En zo raakte De Bruin nauw betrokken bij het IPY.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p class="p1"><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20091011-taco-de-bruin-01872009.jpg" rel="lightbox[267]"><img class="alignright size-medium wp-image-269" title="20091011-taco-de-bruin-01872009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20091011-taco-de-bruin-01872009-300x200.jpg" alt="20091011-taco-de-bruin-01872009" width="300" height="200" /></a>Taco de Bruin (1959) is sinds 1989 bij het NIOZ op Texel. Afgestudeerd in Natuurkunde met als hoofdvak Meteorologie ging hij eerst aan de slag als onderzoeker. Vervolgens hielp hij bij het opzetten van een Data Management Groep (DMG) waar hij nu coördinator van is. De groep, die voor een belangrijk deel gefinancierd wordt door NWO, concentreerde zich eerst alleen op oceanografisch onderzoek maar zet zich tegenwoordig ook in voor polair onderzoek. En zo raakte De Bruin nauw betrokken bij het IPY.<span id="more-267"></span></p>
<p class="p2">
<p class="p2">
<p class="p1">‘Eigenlijk is het een trend,’ zegt scientific data manager Taco de Bruin. ‘Zaken die met publiek geld betaald zijn, moeten voor een breed publiek toegankelijk worden gemaakt. Het is dus logisch om te zeggen dat die gegevens geen eigendom zijn van de onderzoekers. Formeel zijn ze eigendom van het instituut waarvoor je werkt.’</p>
<p class="p2">
<p class="p1">Toen eind jaren 90 de behoefte vanuit NWO toenam om meer aan databeheer voor het Antarctische programma te doen, werd een beroep gedaan op de Data Management Groep (DMG) van het NIOZ op Texel. Immers, de DMG had al jarenlange ervaring met het verzamelen, opslaan en weer toegankelijk maken van onderzoeksgegevens en werd al voor een belangrijk deel gefinancierd door NWO. Binnen het internationale SCAR (Scientific Committee on Antarctic Research) was al een datagroep, the Joint Committee on Antarctic Data Management (JCADM, tegenwoordig SCADM geheten) en De Bruin van het NIOZ werd de Nederlandse vertegenwoordiger. Sinds 2004, aan de vooravond van het IPY, werd hij daar chief officer. ‘SCADM, houdt zich bezig met het afstemmen van data management in alle betrokken landen. We zorgen dat alle gegevens die binnen de SCAR-projecten verkregen worden, door middel van een wereldwijd netwerk van datacentra toegankelijk zijn en kunnen worden uitgewisseld. Daarnaast adviseren wij SCAR op het gebied van data management.’</p>
<p class="p2">
<p class="p1"><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20091011-taco-de-bruin-01922009.jpg" rel="lightbox[267]"><img class="alignleft size-medium wp-image-270" title="20091011-taco-de-bruin-01922009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20091011-taco-de-bruin-01922009-300x200.jpg" alt="20091011-taco-de-bruin-01922009" width="300" height="200" /></a>De wens om alle onderzoekdata goed te beheren en open te stellen, kwam voort uit het feit dat meetgegevens verdwenen. ‘De nationale financiers betalen de programma’s en projecten. Het is natuurlijk de bedoeling dat onderzoek leidt tot publicaties, maar internationaal ontstond de wens om de gegevens openbaar te maken, zodat ze hergebruikt kunnen worden. Dat is een kwestie van het veiligstellen van de data en te zorgen dat deze goed beschreven worden, zodat je later nog weet wat alles is en een ander kan beoordelen of de data voor zijn doeleinden bruikbaar zijn.’ Al deze metagegevens staan geïndexeerd in de Antarctic Master Directory (AMD).’</p>
<p class="p2">
<p class="p1">Vanaf het begin van het IPY was er het idee om alle gegevens die tijdens het pooljaar werden verkregen veilig op te slaan en toegankelijk te maken. ‘JCADM is een onderdeel van SCAR, en dat is weer een onderdeel van ICSU (International Council for Science). Samen met de WMO (World Meteorological Organization) werd in 2004 gewerkt aan het Framework Document voor het IPY. Wij hebben als datamanagers aan het datagedeelte bijgedragen. Daarin werd onder meer gesteld: “In fifty years time the data resulting from IPY 2007-2008 may be seen as the most important single outcome of the program”.. De data zouden the legacy van het IPY zijn. Omdat het in het Framework Document stond kreeg het ineens meer gewicht en konden we bij iedereen aan de bel trekken. Met goed databeheer begin je voordat je gaat meten.’</p>
<p class="p2">
<p class="p1"><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20091011-taco-de-bruin-02072009.jpg" rel="lightbox[267]"><img class="alignleft size-medium wp-image-271" title="20091011-taco-de-bruin-02072009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20091011-taco-de-bruin-02072009-300x200.jpg" alt="20091011-taco-de-bruin-02072009" width="300" height="200" /></a>Een probleem waar De Bruin in zijn werk tegen aan loopt is dat niet alle onderzoekers even gemotiveerd zijn om hun data vrij te geven. ‘Een onderzoeker moet publiceren. Dat telt. Maar hij krijgt doorgaans geen credits voor het publiek maken van de data die ten grondslag liggen aan de publicaties Ik heb wel eens een onderzoeker horen zeggen: als ik veertien dagen werk aan een publicatie, is mijn baas tevreden. Maar als ik vervolgens veertien dagen besteed aan het opwerken van de data, zegt mijn baas dat ik veertien dagen niet heb gewerkt.’ En dus werd er in de data policy van het IPY opgenomen dat er goed geciteerd zou moeten worden en dat de onderzoeker ook echt de credits krijgt. Verder kwam daar in te staan dat data zo spoedig mogelijk na inzameling openbaar en vrij toegankelijk moesten zijn en dat zeker alle metadata vrijgegeven moesten worden mits daarbij mens en milieu niet geschaad zouden worden.’ De Bruin ziet dat het IPY uiteindelijk een rol heeft gespeeld in het denken over meetgegevens. ‘Je ziet steeds meer dat financiers het citeren van gegevens net zo gaan belonen als het citeren uit een publicatie. De IPY data policy is een wereldwijd voorbeeld geworden voor data policies die nadien ontwikkeld zijn.’ Maar het IPY heeft meer opgeleverd. Data management voor de Zuidpool is goed georganiseerd binnen SCAR. Het International Arctic Science Committee, IASC kent nauwelijks een traditie binnen het gegevensbeheer. De Bruin: ‘Het IPY heeft er nu wel voor gezorgd dat er een bipolaire actiegroep is van data managers om het beheer te stroomlijnen.’</p>
<p class="p2">
<p class="p1">NWO heeft een deel van het totale IPY-budget toegewezen aan dataverwerking. Mede daardoor kon het NIOZ vanaf 2009 een nationale IPY Data Coördinator aanstellen om zich geheel te richten op het gegevensbeheer van het IPY-onderzoek. ‘Inmiddels zijn van alle data van de grote projecten de beschrijvingen gemaakt. Van een paar projecten hebben we de data fysiek hier. Een aantal projecten heeft er echter voor gekozen om de data zelf te beheren.’ Laatstgenoemde data zijn beperkter beschikbaar dan De Bruin zou willen. ‘Als ze de data zelf willen blijven beheren, is dat goed. Ze zijn immers zelf de experts van hun eigen gegevens. Maar de data moeten wel unrestricted toegankelijk zijn. Dat moet. De grote wereldwijde projecten hebben allemaal de data policy ondertekend. Nu is het zo dat “wie betaalt, bepaalt” en dus hangt het van NWO af hoe strikt de verklaring wordt nageleefd. NWO is gelukkig in toenemende mate bereid om hierbij een strengere rol te spelen. In Amerika bijvoorbeeld eist de National Science Foundation (NSF) dat onderzoekers in hun voorstellen twee pagina’s reserveren om aan te geven hoe zij hun data openbaar maken. Dat je data voor je houdt, is niet eens een optie. Je ziet in ieder geval wel dat jonge onderzoekers eerder verwachten dat data openbaar zijn, en dat zij daardoor ook eerder bereid zijn hun eigen data vrij te geven.’</p>
<p class="p2">
<p class="p2">
<p class="p2">
<p class="p2">
<p class="p2">
<p class="p2">
<p class="p2">
<p class="p2">
<p class="p2">
<p class="p2">
<p class="p2">
<p class="p2">
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/01/18/taco-de-bruin-datacoordinator-je-ziet-in-ieder-geval-wel-dat-jonge-onderzoekers-verwachten-dat-data-openbaar-zijn/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Fotograaf Wim van Passel: IPY gaf mij de onmisbare steun in de rug om door te blijven gaan</title>
		<link>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/01/18/fotograaf-wim-van-passel-ipy-gaf-mij-de-onmisbare-steun-in-de-rug-om-door-te-blijven-gaan/</link>
		<comments>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/01/18/fotograaf-wim-van-passel-ipy-gaf-mij-de-onmisbare-steun-in-de-rug-om-door-te-blijven-gaan/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 18 Jan 2012 11:07:27 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Robert Lagendijk</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[HAVO-VWO 4-6]]></category>

		<category><![CDATA[Hoger onderwijs]]></category>

		<category><![CDATA[MBO 3-4]]></category>

		<category><![CDATA[Outreach]]></category>

		<category><![CDATA[VMBO 3-4]]></category>

		<category><![CDATA[fotograaf]]></category>

		<category><![CDATA[noordpool]]></category>

		<category><![CDATA[tentoonstelling]]></category>

		<category><![CDATA[zuidpool]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://pooljaar.nl/terugblik/?p=262</guid>
		<description><![CDATA[Het gevecht dat Van Passel voert met de ongerepte natuur bezorgt hem een constante stroom aan inspiratie. Hij schrijft ter plekke verhalen en poëzie bij zijn eigen foto’s. Inmiddels heeft hij tijdens het IPY meerdere tentoonstellingen - ‘van Leiden tot Tokio’ -  gehouden en verschenen er een paar mooie boeken met foto’s, poëzie en reisverhalen . Veel mensen kwamen de afgelopen jaren in aanraking met werk van Van Passels hand. ‘Ik hou dat grote publiek altijd in mijn achterhoofd. Ik kan de schoonheid van de polen laten zien en er eigenlijk meteen een rekening bij presenteren; laten zien dat we eindelijk eens moeten leren zuiniger met die unieke plekken om te gaan. Daar moeten we ons allemaal bewust van worden. Wat dat betreft biedt het IPY mij een uitstekende kans.’ ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p class="p1"><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20090912-wim-van-passel-01532009.jpg" rel="lightbox[262]"><img class="alignleft size-medium wp-image-273" title="20090912-wim-van-passel-01532009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20090912-wim-van-passel-01532009-300x200.jpg" alt="20090912-wim-van-passel-01532009" width="300" height="200" /></a>Het gevecht dat Van Passel voert met de ongerepte natuur bezorgt hem een constante stroom aan inspiratie. Hij schrijft ter plekke verhalen en poëzie bij zijn eigen foto’s. Inmiddels heeft hij tijdens het IPY meerdere tentoonstellingen - ‘van Leiden tot Tokio’ -  gehouden en verschenen er een paar mooie boeken met foto’s, poëzie en reisverhalen . Veel mensen kwamen de afgelopen jaren in aanraking met werk van Van Passels hand. ‘Ik hou dat grote publiek altijd in mijn achterhoofd. Ik kan de schoonheid van de polen laten zien en er eigenlijk meteen een rekening bij presenteren; laten zien dat we eindelijk eens moeten leren zuiniger met die unieke plekken om te gaan. Daar moeten we ons allemaal bewust van worden. Wat dat betreft biedt het IPY mij een uitstekende kans.’ <span id="more-262"></span></p>
<p class="p2">
<p class="p1">Wim van Passel (1946) noemt zichzelf een echte Noord- en Zuidpoolfanaat. Hij fotografeert er en schrijft over ‘die fantastische plekken’. Van Passel was tot 1994 werkzaam als industrieel fotograaf. Dat jaar stopte hij met zijn eigen bedrijf wegens een aanhoudende hernia en zocht vervolgens samen met zijn vrouw het avontuur op: hij ging reizen. Hij kwam al gauw terecht op Spitsbergen. ‘Daar heb ik ogenblikkelijk mijn hart verloren. Ik voelde dat werkelijk letterlijk uit me opstijgen. Het gebied heeft een onbeschrijfelijke schoonheid en puurheid en met name die combinatie is indrukwekkend. Er is het allermooiste licht, het mooiste landschap,  de mooiste verstilling en ijsberen zijn er - nog steeds - te vinden. Het is een niet definieerbare tederheid. Natuurlijk belachelijk om bij het poolgebied over tederheid te hebben want het is zo wreed als de pest, het is er meedogenloos. Maar Spitsbergen heeft iets dat appelleert aan menselijke tederheid.‘</p>
<p class="p2">
<p class="p1"><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20090912-wim-van-passel-01282009.jpg" rel="lightbox[262]"><img class="alignright size-medium wp-image-274" title="20090912-wim-van-passel-01282009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20090912-wim-van-passel-01282009-200x300.jpg" alt="20090912-wim-van-passel-01282009" width="200" height="300" /></a>Sindsdien heeft Van Passel vijfendertig poolreizen ondernomen: ‘Ik heb daar continu op de toppen van mijn emoties mogen lopen. Dat is een fantastische ervaring. En dat blijft het. Het verveelt nooit. Dat landschap is elke keer anders. Het ijs smelt en dat brengt gigantische veranderingen met zich mee. Dat vergankelijke dwingt je enorm dicht bij jezelf te komen en dat maakt het tot een bijzondere ervaring.’ Over wat het IPY de vijfenzestigjarige Van Passel heeft gebracht is hij duidelijk: ‘Je twijfelt natuurlijk vaak over je eigen werk. IPY gaf mij de onmisbare steun in de rug om door te blijven gaan.’</p>
<p class="p2">
<p class="p1">En zo was Van Passel ook de afgelopen jaren geregeld te vinden op zijn favoriete plek: de voorplecht van de boot. ‘Ik ervaar eigenlijk altijd een enorme opwinding als ik in de stilte,  in de wind op dat puntje van die boot mag zitten en ik dat landschap en het ijs en de onbegrijpelijke dierenwereld aan mij voorbij zie trekken.’ Het leverde recent zelfs een magisch moment op. Van Passel: ‘Tegen alle regels in toonde een ijsbeermoeder vol trots haar pasgeboren jong in plaats van met die kleine op de vlucht te slaan. We hebben er bijna anderhalf uur in een rubberbootje liggen kijken. We waren uiteindelijk bevroren, maar de impact was zo groot dat de tranen over m’n wangen liepen. Dit is oernatuur en het is natuurlijk gezwets als je zegt dat er interactie tussen een ijsbeer en een mens zou kunnen zijn. Desalniettemin zijn die momenten er: een moeder laat haar kleintje zien! Die blijft rondom ons dartelen, geeft borstvoeding waar we bijstaan, die leert het hoe ze een stuk walvis ver uit elkaar moet trekken. Dat waren spectaculaire momenten.’ Van Passel bundelde de mooiste beelden in zijn boeken Tijdloze Momenten en Ontroering.</p>
<p class="p2">
<p class="p1"><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20090912-wim-van-passel-01202009.jpg" rel="lightbox[262]"><img class="alignleft size-medium wp-image-275" title="20090912-wim-van-passel-01202009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20090912-wim-van-passel-01202009-300x200.jpg" alt="20090912-wim-van-passel-01202009" width="300" height="200" /></a>Voor het werk Van Passel kwam tijdens dit IPY enorm veel aandacht. Het een leidde tot het andere: van boeken tot tentoonstellingen en van lezing tot interview. Er verschenen zelfs postzegels met zijn werk. Iets wat Van Passel niet eerder had ervaren. Maar het blijkt essentieel. ‘Het is van levensbelang dat mijn werk bij een breed publiek en bijvoorbeeld op scholen terechtkomt. Daarmee moet ik de volgende expeditiedeelname rechtvaardigen. Wij zijn echte karakteristieke Hollanders, wij willen best over het milieu nadenken en oeverloos over milieu en over milieubescherming praten, zolang het ons maar geen stuiver kost. Dat is echt een belemmering.’ Van Passel – opa van zes kleinkinderen -  heeft een missie en doet zijn werk ook als hij er desnoods geld op toe moet leggen. ‘Voor mij is een drive dat een veel groter deel van de komende generatie zich meer bewust is van de schoonheid van het gebied. Willen we weten waar we vandaan komen en waar we naar op weg zijn, is het poolgebied dé grote inspiratiebron. En daar moeten we zuinig op zijn.’</p>
<p class="p2">
<p class="p1">Het was de Groningse onderzoeker Louwrens Hacquebord die Van Passel wees op de mogelijkheden van het IPY. Terugkijkend, vertelt Van Passel, ‘Heb ik heel veel warme contacten overgehouden aan deze periode.’IPY heeft mij natuurlijk wel ingangen bij veel cultuurfondsen opgeleverd, bij heel grote voor mij hele belangrijke sponsors, Canon International, maar het meest werd hij geholpen door Michel van Gessel en Ko de Korte. Die lieten mij steeds aan boord met mijn vrouw Jeannette. En dat geld ook voor een aantal internationale contacten. Je kunt niet aan vijfendertig expedities deelnemen, zonder dat je een goed netwerk hebt en opbouwt.’</p>
<p class="p2">
<p class="p1">Dat Van Passel zijn vrouw meebrengt op zijn reizen, is inmiddels een voorwaarde voor zijn werk geworden. Hij vertrekt niet zonder haar. ‘Ik zeg dan vaak tegen haar: dit zal een keer ophouden. Ik ben natuurlijk ook geen zestien jaar meer en de wijze waarop wij dat poolgebied beleven is ingrijpend. We komen echt met zwarte strepen onder onze ogen terug. Het is geen zelfmedelijden, maar het zijn hele intensieve belevingen. Los van het feit dat die zware camera’s aan mijn handen vastgegroeid zitten.‘</p>
<p class="p2">
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/01/18/fotograaf-wim-van-passel-ipy-gaf-mij-de-onmisbare-steun-in-de-rug-om-door-te-blijven-gaan/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Dick van der Kroef (NWO): Met excellente wetenschappers produceren wij 3 of 4 procent van de kennis in de wereld</title>
		<link>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/01/15/dick-van-der-kroef-nwo-met-excellente-wetenschappers-produceren-wij-3-of-4-procent-van-de-kennis-in-de-wereld/</link>
		<comments>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/01/15/dick-van-der-kroef-nwo-met-excellente-wetenschappers-produceren-wij-3-of-4-procent-van-de-kennis-in-de-wereld/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 15 Jan 2012 13:19:52 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Robert Lagendijk</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[HAVO-VWO 4-6]]></category>

		<category><![CDATA[Hoger onderwijs]]></category>

		<category><![CDATA[NWO]]></category>

		<category><![CDATA[Beleid]]></category>

		<category><![CDATA[den haag]]></category>

		<category><![CDATA[wetenschap]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://pooljaar.nl/terugblik/?p=278</guid>
		<description><![CDATA[Dick van der Kroef (1956) is sinds 2005 plaatsvervangend directeur Aard- en Levenswetenschappen (ALW) bij NWO. Momenteel besteedt hij de helft van zijn tijd aan het pooldossier. In 2008 heeft hij het poolonderzoek in portefeuille genomen. Voor zijn functie bij ALW hield Van der Kroef zich op een centraal niveau bezig met een aantal instituten van NWO: het NRCR, het NIOZ, SRON, ASTRON en het Spinoza Programma. Van centraal niveau terug naar ALW is voor hem terug naar de roots. Hij is opgeleid als geoloog. ‘Toen Jan Stel zich als ervaren manager van het poolprogramma in 2008 volledig moest gaan richten op één speciaal poolproject ontstond op alle andere onderdelen van het poolprogramma een vacuüm waarin hij zich met veel genoegen heeft laten opzuigen.’]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20091006-dick-van-der-kroef-00412009.jpg" rel="lightbox[278]"><img class="alignleft size-medium wp-image-279" title="20091006-dick-van-der-kroef-00412009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20091006-dick-van-der-kroef-00412009-300x200.jpg" alt="20091006-dick-van-der-kroef-00412009" width="300" height="200" /></a>Dick van der Kroef (1956) is sinds 2005 plaatsvervangend directeur Aard- en Levenswetenschappen (ALW) bij NWO. Momenteel besteedt hij de helft van zijn tijd aan het pooldossier. In 2008 heeft hij het poolonderzoek in portefeuille genomen. Voor zijn functie bij ALW hield Van der Kroef zich op een centraal niveau bezig met een aantal instituten van NWO: het NRCR, het NIOZ, SRON, ASTRON en het Spinoza Programma. Van centraal niveau terug naar ALW is voor hem terug naar de roots. Hij is opgeleid als geoloog. ‘Toen Jan Stel zich als ervaren manager van het poolprogramma in 2008 volledig moest gaan richten op één speciaal poolproject ontstond op alle andere onderdelen van het poolprogramma een vacuüm waarin hij zich met veel genoegen heeft laten opzuigen.’<span id="more-278"></span></p>
<p>De start van het IPY was geen gemakkelijke periode voor plaatsvervangend directeur Aard- en Levenswetenschappen Dick van der Kroef van NWO. Er liep een hele batterij aan activiteiten, want er was van alles in gang gezet. IPY was in dat jaar op zijn hoogtepunt en volop in actie.  Zijn voorganger en tevens aanjager van het internationale pooljaar Jan Stel werkte  deels in Maastricht waar hij hoogleraar was en deels bij NWO waar hij zich richtte op de internationale contacten rond het IPY. ‘Ik was in een grijs verleden, toen er bij NWO nog de Stichting GOA bestond, zijn plaatsvervangend directeur, maar in de nieuwe configuratie bij ALW was Jan door zijn beperkte beschikbaarheid al langer geen directeur meer. Zijn primaire focus lag immers in Maastricht en hij was daarmee binnen ALW “gewoon” een medewerker van dit bureau geworden. Voor zover je bij Jan iets “gewoon” kunt noemen. Dus ik kreeg op een gegeven moment het hele pooldossier in portefeuille met Jan erbij. Het was niet zo dat Jan even gemakkelijk zijn internationale zaken aan anderen kon overdragen. Maar hij moest zich richten op een tijdrovend special project: het van de grond krijgen van de reis die Willem-Alexander en Maxima naar de Zuidpool zouden gaan maken. Wij zijn toen de overige zaken uit het pooldossier gaan doen, waaronder het lopende poolprogramma.’  Voor Jan Stel werd het special project zijn final project voor NWO.</p>
<p><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20091006-dick-van-der-kroef-00262009.jpg" rel="lightbox[278]"><img class="alignright size-medium wp-image-280" title="20091006-dick-van-der-kroef-00262009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20091006-dick-van-der-kroef-00262009-300x200.jpg" alt="20091006-dick-van-der-kroef-00262009" width="300" height="200" /></a>Stel opereerde dus autonoom en Van der Kroef was aangewezen op zijn twee medewerkers: een voor het IPY en een voor het lopende poolprogramma. Marianne Walgreen die de hele aanloop van IPY als projectmanager had meegemaakt, was inmiddels weg en haar opvolger koos al snel voor haar gezin en vond een baan in haar woonplaats in Wageningen . De nieuwe opvolgster begon heel kort na haar  zwangerschap bij NWO maar raakte vrij snel overwerkt. Het was uiteindelijk niet haar ding en ze koos voor het onderzoek. ‘En dan moet je het toch maar zien te rooien met al die wisselingen en het daarmee gepaard gaande verlies van opgebouwde expertise. Vooral aan het begin ontstond een vacuüm. Maar het werk moest wel gebeuren. Voor mij was het lastig om het overzicht te krijgen. Er gebeurde immers ontzettend veel.’</p>
<p>En hoewel de periode 2007/2008 vanuit NWO niet optimaal verliep, kijkt Van der Kroef met plezier terug op de periode die volgde en waar hij nauw bij betrokken was. ‘Ik ben voornamelijk geconfronteerd met de afronding en de spin-off van het IPY. De afsluiting in Middelburg werd een prachtig evenement. En de poolbijeenkomst op Noordeinde die de koningin zelf heeft georganiseerd, was heel bijzonder. Koningin Beatrix voelt zich echt betrokken bij het pooldossier. Deze bijeenkomst had momentum. Er waren hooggeplaatste beleidsmedewerkers van verschillende ministeries en ambassades. Het droeg in ieder geval bij om een gevoel van urgentie te creëren. Chapeau voor Han Lindeboom die zich als voorzitter van de Commissie Polair Onderzoek voor de organisatie van deze bijeenkomst heeft ingezet.’</p>
<p>Maar het belangrijkste is natuurlijk het vervolg van het onderzoek zelf: ‘Poolonderzoek is kostbaar werk. Het IPY bleek zeer geschikt om het onderzoek vervolgens te verbreden. Als je de basis niet zou hebben, kun je die uitbouw niet laten plaatsvinden.’ Die uitbouw gaat er komen. Voormalig minister van OC&amp;W Plasterk maakte geld vrij voor een investering in vier mobiele onderzoekslaboratoria die bij het Britse station Rothera geplaatst zullen worden. ‘Die trip met Willem-Alexander en Maxima heeft iets met Plasterk gedaan. Je ziet gewoon de grenzeloze professionaliteit - zeker wat betreft veiligheid - bijvoorbeeld bij de Britten. Er zijn heel veel landen waar je mee zou kunnen samenwerken, maar als NWO onderzoekers naar Antarctica stuurt voel je je toch verantwoordelijk. Het is een verraderlijk gebied. Als wij overeenkomsten sluiten dan wil je wel dat het goed en degelijk is en dat het met goede partners is en vandaar dat we ook overeenkomsten hebben met de Britten, maar ook met de Duitsers van het Alfred Wegener Instituut. Wij hebben een vergelijkbare, professionele onderzoekcultuur dus het is uiteindelijk ook beter voor de wetenschap. Jan Stel heeft voor de samenwerking de funderingen gelegd. Ik kreeg de opdracht om met een goed plan te komen voor samenwerking met de Britten op Rothera. Het duurt even voordat je met een echt goed idee aan de slag kunt. Iets dat als een handschoen past op wat je wil bereiken. Om te kunnen komen tot dat ene goede idee ben ik met Jos Rokx van OC&amp;W gaan kijken bij Rothera. Vlak daarvoor  kwam Hein de Baar met het idee van de mobiele laboratoria. Zomaar, in een telefoongesprek kwam het even ter sprake en bij mij viel toen alles ineens op zijn plek. Zo’n aha erlebnis die onderzoekers ook wel eens hebben als ineens al hun andere vragen ook opgelost worden door dat ene nieuwe inzicht.’</p>
<p><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20091006-dick-van-der-kroef-00102009.jpg" rel="lightbox[278]"><img class="alignleft size-medium wp-image-281" title="20091006-dick-van-der-kroef-00102009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20091006-dick-van-der-kroef-00102009-200x300.jpg" alt="20091006-dick-van-der-kroef-00102009" width="200" height="300" /></a>Vervolgens heeft OCW geld op tafel gelegd en NWO heeft dat gematcht. In totaal kwam er achtenhalf miljoen euro voor dit idee voor onderzoek op Antarctica. ‘We hebben dus nu een vaste samenwerkingsrelatie. We willen echt naar een situatie dat we betrokken zijn bij de planning van dat onderzoek. We willen eigenlijk ook streven naar gemeenschappelijke publicaties met de Engelsen, omdat het meer spin-off geeft, meer impact op de wetenschap. Dit is een mooi vervolg van het IPY, want anders hadden wij dit nooit zo gedaan. De betrokkenheid van OC&amp;W is een kroon op het IPY werk. Door de financiële crisis zijn de andere ministeries terughoudender geworden. En met de fusies van enkele ministeries daar bovenop dreigt op dit moment  een halvering van hun bijdrage. Terwijl de kosten om überhaupt op de polen te kunnen komen alleen maar oplopen. ‘Wij hadden het masterplan geschreven met ambitie. Als je dit goed wilt doen, heb je tien miljoen euro per jaar nodig. Het advies werd zes miljoen in een beleidsevaluatie onder voorzitterschap van Jan Terlouw voor het totale poolprogramma. Je ziet dat noodzakelijk geachte financieringsniveau in de praktijk steeds verder naar beneden zakken. Wat poolonderzoek straks gaat kosten lees je een beetje af aan de benzine pomp. Een liter benzine of kerosine gebruiken op Antarctica kost vaak 10 liter om het er eerst te krijgen. Iedereen weet wat energie tegenwoordig kost, dus als de prijzen aan de pompen oplopen volgen de logistieke kosten in Antarctica met een stevige multiplier.  Consequentie is minder wetenschap op een geïnvesteerde Euro. OC&amp;W neemt in 2011 nog  een beslissing over Arctisch geld als andere ministeries ook een duit in het zakje doen.’</p>
<p>Maar het onderzoek kan voorlopig verder. ‘We zijn meer capaciteit aan het bouwen, we investeren dus je bouwt op. Je wilt de jonge en de beste onderzoekers vasthouden. Je wilt ze behouden voor het poolonderzoek. Als er geen funding is, wat dan? “Doe dan maar een lease-bak, ik ga wel naar het bedrijfsleven”. Wat bouw je dan op?’</p>
<p>Op de verschillende afdelingen van NWO komen geregeld internationale themajaren voorbij. Van der Kroef: ‘Mensen zijn daar cynisch over: het jaar van dit, het jaar van dat, het Linnaeus jaar, het jaar van de biodiversiteit, de jaren van de zee, en de jaren van aarde. Je kunt overal wel achteraan lopen. De keuze om het IPY te steunen was logisch. Het onderwerp  komt door de opwarming van de aarde natuurlijk steeds meer in de belangstelling.</p>
<p>We zijn lid van het Antarctisch Verdrag waardoor we een significant belang moeten nemen in het gebied. Dat kan door er een onderzoekstation te plaatsen, maar ook door een mooi onderzoeksprogramma te hebben. Een programma waarvan wij dan als NWO zeggen: dat voeren wij graag voor de Rijksoverheid uit. En dan doen wij er ook nog een bonus bij: wij betalen zelf ook nog een stuk mee want wij stimuleren het excellente onderzoek. Met excellente wetenschappers produceren wij misschien wel drie of vier procent van de kennis in de wereld. Tegelijkertijd ontsluiten we een flink deel van de andere 96% aan polaire kennis voor Nederland die anders maar moeilijk toegankelijk is’ Sinds het nieuwe kabinet moet NWO twee derde van haar middelen gaan inzetten op onderzoek voor de topsectoren. Dat is de realiteit van vandaag de dag. Van der Kroef: ‘Zit je dus niet in zo’n sector, dan loop je het risico dat de financiering ophoudt. En als je als instituut je onderzoekers ook nog eens geen continuïteit kunt bieden, dan wordt het al helemaal moeilijk om je hoofd boven water te houden. Je krijgt al heel snel afbraak in topgroepen die nu even niet in een topsector vallen. De gouden eieren die moeten uiteindelijk vanuit het onderzoek komen, het vervelende is dat je van tevoren niet weet waar ze gelegd worden. En dan kun je proberen op een slimme intelligente manier de kippen te selecteren, maar je kunt aan de buitenkant niet zien of ze een gouden ei gaan leggen. Ook kun je een kip helaas niet dwingen om alleen maar gouden eieren te leggen. Als er dan gestuurd moet worden dan is juist NWO daar heel goed toe in staat. Iedereen bij NWO heeft een wetenschappelijke achtergrond en we kennen het veld. We weten als intermediair hoe het werkt, ook hoe het niet werkt. Wij zijn meer dan een zak geld.’</p>
<p>Van der Kroef ziet dan ook een voordeel in het sturingscomponent. ‘ALW heeft een basisbudget van ongeveer tweeëntwintig miljoen euro. Door een derde van die middelen in te zetten voor acquisitie halen we heel veel meer geld op voor onderzoek.. Vorig jaar was ons totale budget bijna 65 miljoen euro. Je hebt dan dus heel wat meer te besteden. Omdat andere meefinancieren kun je dat niet voor van alles en nog wat inzetten. We zien dus kansen om met andere partijen synergie te creëren maar dat komt wel met voorwaarden. En zo werkt het ook voor het poolonderzoek.’ Of tijdens het IPY het onderste uit de kan is gehaald, betwijfelt Van der Kroef: ‘Ik denk dat iedere onderzoeker dat voor zichzelf wel vindt. Maar het is altijd moeilijk bij een dergelijk programma om de gehele samenhang voor het voetlicht te brengen. Kleine projecten verbinden aan de grote vragen waaraan is gewerkt is moeilijk. Is het maatschappelijk belang waarover in het voorstel werd gerept er ook echt uitgekomen en heb je dat ook aan die maatschappij goed kenbaar gemaakt. Wat geef je daar terug voor de financiering die je hebt ontvangen?  Beperk je nou eens niet tot de publicatie in Nature of Science. Ik denk dat daar nog een wereld te winnen is om dat bij elkaar te krijgen.’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/01/15/dick-van-der-kroef-nwo-met-excellente-wetenschappers-produceren-wij-3-of-4-procent-van-de-kennis-in-de-wereld/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Han Lindeboom (oud-voorzitter IPY): geen hobbyisme maar ‘liefde voor het vak’</title>
		<link>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/01/14/han-lindeboom-oud-voorzitter-ipy-geen-hobbyisme-maar-%e2%80%98liefde-voor-het-vak%e2%80%99/</link>
		<comments>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/01/14/han-lindeboom-oud-voorzitter-ipy-geen-hobbyisme-maar-%e2%80%98liefde-voor-het-vak%e2%80%99/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 14 Jan 2012 13:23:40 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Robert Lagendijk</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[HAVO-VWO 4-6]]></category>

		<category><![CDATA[Hoger onderwijs]]></category>

		<category><![CDATA[NWO]]></category>

		<category><![CDATA[ipy]]></category>

		<category><![CDATA[poolcommissie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://pooljaar.nl/terugblik/?p=283</guid>
		<description><![CDATA[Marien ecoloog Han Lindeboom (1952), is directielid wetenschap en buitengewoon hoogleraar bij Imares (Institute for Marine Resources &#038; Ecosystem Studies) dat onder de koepel van Wageningen UR valt. Ooit verbleef hij voor zijn promotieonderzoek ruim anderhalf jaar op het onbewoonde sub-Antarctische eiland Marion met miljoenen pinguïns. In 1990 maakte hij deel uit van de officiële eerste Nederlandse Antarctica expeditie. Lindeboom was co-voorzitter van de Nederlandse IPY commissie.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/robert-lagendijk-06182009han-lindeboom-06182009.jpg" rel="lightbox[283]"><img class="alignright size-medium wp-image-284" title="robert-lagendijk-06182009han-lindeboom-06182009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/robert-lagendijk-06182009han-lindeboom-06182009-200x300.jpg" alt="robert-lagendijk-06182009han-lindeboom-06182009" width="200" height="300" /></a>Marien ecoloog Han Lindeboom (1952), is directielid wetenschap en buitengewoon hoogleraar bij Imares (Institute for Marine Resources &amp; Ecosystem Studies) dat onder de koepel van Wageningen UR valt. Ooit verbleef hij voor zijn promotieonderzoek ruim anderhalf jaar op het onbewoonde sub-Antarctische eiland Marion met miljoenen pinguïns. In 1990 maakte hij deel uit van de officiële eerste Nederlandse Antarctica expeditie. Lindeboom was co-voorzitter van de Nederlandse IPY commissie.<span id="more-283"></span></p>
<p>Bij het derde IPY (eigenlijk een International Geophysical Year) van 1957 tot en met 1958 was Nederland geheel niet betrokken. Het kwam ons land duur te staan omdat een uitnodiging voor het Antarctisch Verdrag uitbleef. Pas in 1990, toen er een officiële eerste Nederlandse Antarctica expeditie kwam, werd Nederland als serieuze partner gezien en mocht ons land alsnog lid worden van het verdrag. Onderzoeker Han Lindeboom maakte deel uit van die eerste expeditie en bleek de ideale kandidaat om een belangrijke rol te spelen tijdens het vierde internationale pooljaar, waarbij Nederland natuurlijk niet mocht ontbreken. Hij werd voorzitter van de Nederlandse IPY commissie. Het Nederlandse poolonderzoek kreeg door het vierde IPY de impuls waar iedereen vooraf op hoopte.</p>
<p><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/robert-lagendijk-06122009han-lindeboom-06122009.jpg" rel="lightbox[283]"><img class="alignright size-medium wp-image-285" title="robert-lagendijk-06122009han-lindeboom-06122009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/robert-lagendijk-06122009han-lindeboom-06122009-300x200.jpg" alt="robert-lagendijk-06122009han-lindeboom-06122009" width="300" height="200" /></a>Han Lindeboom, directielid wetenschap bij Imares (Institute for Marine Resources &amp; Ecosystem Studies), was voor aanvang van het IPY voorzitter van CPO, de Commissie Polair Onderzoek, tegenwoordig samen met de stuurgroep omgedoopt tot de Poolcommissie. Hij omschrijft de Nederlandse pool community als een wereldje van ‘stronteigenwijze onderzoekers’. ‘Dat is een ingebakken eigenschap, want anders zou je nooit naar die gebieden gaan. Ik ben er zelf ook een. Maar er was zoveel ruzie onderling dat ze als voorzitter iemand van buitenaf wilden hebben. Ik was er al een tijdje uit, maar had wel ervaring met het onderzoek. Zo zijn ze bij mij uitgekomen.’</p>
<p>Toen SCAR, de Scientific Committee on Antarctic Research, met Ad Huiskes als Nederlandse vertegenwoordiging het IPY steunde en ook de CPO achter een eventueel pooljaar stond, moest er een onafhankelijke Nederlandse IPY commissie komen. Die werd langzaam gevormd, maar er was nog geen voorzitter. Lindeboom: ‘Uiteindelijk zijn Huiskes en ik dat samen gaan doen. De commissie, die inmiddels voor een groot deel uit onderzoekers bestond, moest er in eerste instantie vooral voor zorgen dat er geld kwam. Alle leden van de commissie zijn achter het geld aangegaan.’</p>
<p><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/robert-lagendijk-06352009han-lindeboom-06352009.jpg" rel="lightbox[283]"><img class="alignleft size-medium wp-image-286" title="robert-lagendijk-06352009han-lindeboom-06352009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/robert-lagendijk-06352009han-lindeboom-06352009-300x200.jpg" alt="robert-lagendijk-06352009han-lindeboom-06352009" width="300" height="200" /></a>Poolonderzoekers werken hard. Sommigen maken werkdagen van twintig uur als ze op expeditie zijn, anderen zitten maanden opgesloten op een onderzoeksschip. Lindeboom zelf zat anderhalf jaar met zestien man op een eiland tussen een miljoen pinguïns. Die gretigheid laat de poolonderzoeker ook zien als er extra geld moet worden opgehaald bij de verschillende ministeries. Lindeboom noemt het geen hobbyisme maar ‘liefde voor het vak’. Er werd in eerste instantie berekend dat er drieënhalf miljoen euro nodig zou zijn voor het IPY. Er kwam zeven miljoen op tafel. ‘Dat is vooral te danken aan Cornelis van Bochove van OCW. Hij was ons enorm gunstig gezind. We waren er vanuit gegaan dat we bij ieder ministerie ongeveer een miljoen moesten ophalen. Ik ging als eerste bij Van Bochove langs. Die vroeg: hoeveel heb je nodig? Ik zei: drieënhalf miljoen euro. Hij zei: dat red ik niet, maar OCW kan drie miljoen geven. Het is heel belangrijk om iemand aan de beleidskant te hebben met een hart voor poolonderzoek. Van Bochove wist dat Nederland een rol moest gaan spelen tijdens het IPY. Toen OCW over de brug was, volgden de andere ministeries. Toen we bij VROM vertelden dat we al drie miljoen van OCW hadden, was het zo klaar. Ze deden allemaal mee. Andere commissieleden namen andere ministeries voor hun rekening. En zo hadden we ineens meer geld dan waar we eerst aan dachten.’ Het verhaal is illustratief voor het zelf organiserend vermogen van de wetenschappers.</p>
<p>Van Bochove stelde wel een voorwaarde aan het bedrag. Zijn minister, toen Maria van der Hoeven, moest in aanloop naar de verkiezingen een bezoek naar een van de polen kunnen brengen. Maar het kabinet viel en Ronald Plasterk werd haar opvolger. Bij de officiële opening van het IPY in Leeuwarden legde Lindeboom de uitnodiging dus bij hem neer. Plasterk wist niet of hij daar op in mocht gaan. ‘De koningin stond daar naast. Toen heb ik haar gevraagd. Zij gaf meteen aan dat prinses Maxima graag naar het poolgebied zou gaan.’ Plasterk sloeg uiteindelijk de uitnodiging af en tijdens het Koninginnedagconcert op paleis Noordeinde vroegen Huiskes en Lindeboom het prinselijk paar voor een reis naar Antarctica. ‘We hebben dat niet uitgebreid in de commissie besproken. Dat kun je als een misstap zien. NWO heeft mij dat kwalijk genomen, maar zei: dan moet dat maar. Het had verkeerd kunnen lopen, maar het heeft uiteindelijk heel goed uitgepakt. En Plasterk is uiteindelijk ook meegegaan. Het is uitstekend voor het poolonderzoek geweest.’ Lindeboom kreeg eerder dit jaar, onder meer voor zijn inzet voor poolonderzoek, als eerste natuurwetenschapper de Eremedaille voor Kunst en Wetenschap in de Huisorde van Oranje. Deze orde werd eerder uitgereikt aan onder meer Bernard Haitink.</p>
<p>Nadat het geld voor het hele IPY programma uiteindelijk binnen was, moest het worden verdeeld. De commissie schaarde zich achter de keuzes van zowel SCAR als de CPO om te focussen op vier gebieden: glaciologie, oceanografie, ecologie en de maatschappij wetenschappen. Van Bochove wilde wel een hoofdrol voor klimaatonderzoek. Er kwam een verdeling en vervolgens een call for proposals. ‘Op de NWO-manier,’ zegt Lindeboom. ‘De beoordeling werd gedaan door mensen van buitenaf.’ Daarnaast werd tien procent van het budget toegewezen aan educatie, outreach en communicatie, iets waar de IPY-commissie zich vanaf het begin hard voor heeft gemaakt. EOC stond hoog op de agenda en nam tijdens vergaderingen een aanzienlijk deel van de tijd in beslag.   Lindeboom is blij dat het uiteindelijk gelukt is en nuanceert de kritiek van onderzoekers op het budget voor EOC. ‘De commissie stond daar achter en eigenlijk ook de meeste onderzoekers. Enkele hoogleraren hadden er wel moeite mee.’</p>
<p>Lindeboom was ook voorzitter van het Paleissymposium “The polar regions in a changing world” dat eind 2008 in Paleis Noordeinde werd gehouden. ‘De koningin had begin jaren negentig ook een Paleissymposium georganiseerd waar veel poolonderzoekers waren. Dat was in het Paleis op de Dam in Amsterdam. Ook in Noordeinde was er een diner en ik mocht bij de koningin aan tafel zitten. Zij had er voor gezorgd dat er ook allemaal SG’s en DG’s van de ministeries bij ons aan tafel zaten en was erg actief in het koppelen van ons om zo te proberen geld los te krijgen voor het onderzoek. De koningin steunt het poolonderzoek echt.’ Lindeboom benadrukt nogmaals hoe belangrijk deze steun van buitenaf is. ‘Poolonderzoek is niet mogelijk zonder mensen als Van Bochove, Plasterk en de koningin. Ook Vincent van Zeist van Buitenlandse Zaken is zo iemand. Je bent afhankelijk van mensen die ooit gegrepen zijn door het poolgebied.’</p>
<p>Zelf werd Lindeboom gegrepen door de ongerepte natuur op Prins Edwardeiland, vlak naast zijn pinguïneiland Marion. Op Marion eiland waren door het toedoen van de mens katten terechtgekomen die de kleine vogels verjaagd hadden. ‘Het had enorme gevolgen voor het ecosysteem. Op Prins Edward eiland zaten miljoenen holen-broedende stormvogeltjes. Het is één gatenkaas. Het heeft mij geleerd hoe groot de invloed van de mens is op de natuur. Sindsdien zet ik mij in voor ongerepte natuur. In Nederland maak ik mij mede daarom sterk voor marine protected areas. Als je toekomst voor echte natuur wilt, moet je soms een gebied met rust laten.’</p>
<p>De pool community: eigenwijs, lastig en vol liefde voor het vak. ‘Maar ook heel vertrouwd. We hebben allemaal hetzelfde meegemaakt. Veel zitten samen op onderzoekschepen. Als je een jaar lang met zestien man op een eiland zit, ken je elkaar door en door. For better and for worse. Je zit constant op elkaars lip. Dat leidt tot vriendschappen maar ook tot vijandschappen voor het leven. Tijdens de eerste Nederlandse Antarctica expeditie in 1990 leerde ik Louwrens Hacquebord kennen. We weten van elkaar waar we mee bezig zijn. Je krijgt waardering voor elkaars werk. ’s Avonds praat je met elkaar en dat leidt tot uitwisseling. Dat werkt inspirerend.’ En zo is het mogelijk om multidisciplinair te werken, wat ook een van de doelstellingen voor dit vierde IPY was. ‘Als je gemotiveerde mensen hebt, kun je goed samenwerken. En als je dan dezelfde geldschieter hebt die dat een beetje stimuleert, is dat goed voor de wetenschap. Tijdens het IPY is het aantal mensen dat betrokken raakte meer dan verdubbeld. Hoe meer mensen, hoe meer je kunt doen. Natuurlijk mislukken sommige projecten. Maar hoe meer je doet, hoe meer succesverhalen je krijgt. En daar drijft de tent op. Je kunt vooraf niet voorspellen wat succesvol is en wat niet.’ In dit licht noemt Lindeboom het Aliens in Antarctica-project van Ad Huiskes een mooi, innovatief project. ‘Een project dat in eerste instantie werd afgewezen. En dat komt dan alleen omdat er een paar mensen in de review-commissie zitten die het onderzoek anders vinden en het belang niet begrijpen. Pas in een tweede ronde werd het alsnog toegekend. Ik pleit er dan ook voor om soms af te wijken van de gebruikelijke reviewpanels waarbij alleen de hoogst scorende projecten worden gehonoreerd.’</p>
<p>De Nederlandse IPY commissie werd enige tijd na de afsluiting in Middelburg door NWO opgeheven. Een nieuwe periode brak aan. Lindeboom had de commissie liever nog een tijdje slapend gehouden. ‘Vooral om te kunnen blijven volgen of het databeheer helemaal goed wordt uitgevoerd. De onderzoekgegevens zijn de erfenis van het IPY, maar dan moet alles wel heel goed geregeld zijn. Ik weet hoe lastig dit is. Het is goed dat NWO er nu op staat dat alle gegevens ook echt vrij komen. Mijn gegevens van vroeger staan bij mij op zolder. Dat is natuurlijk enorm zonde. Een grote les van het IPY is dat extra geld, extra enthousiasme en extra momentum er voor zorgen dat er extra veel uit komt. We hebben veel geleerd over het klimaat, de ecologie, de cultuur en de oceaan. Het IPY bood de mogelijkheid om dat integraal te doen.’ Toch is die kans volgens Lindeboom niet helemaal benut. ‘Aan het begin van het IPY zit je met z’n allen om tafel te werken aan een integraal project. Vervolgens krijgen allerlei individuen het geld toegewezen. Dat is op zich prima, zeker als het onderzoek goed scoort. Het resultaat is dan een artikel of een promotie. Maar of je daarmee het best integrerende onderzoek krijgt, dat blijft de vraag. Ik had ook om deze reden de commissie graag iets langer in stand gehouden. Om te kijken of je alle gegevens van de verschillende onderzoekers goed zou kunnen integreren. Hoe krijg je het optimale, integrale resultaat van alles wat we tijdens IPY hebben gedaan? Ik zou graag met een groep mensen nog eens door alle gegevens willen gaan. Dat is meer dan alleen een nietje door al die stukken jagen en zeggen: dit is het. Ik denk dat daar meer dan de som van de delen uit zou kunnen komen. Als je daar vervolgens twee mooie boeken van maakt, heb je iets om aan de ministeries te laten zien. Je zou dat voor grote projecten als het IPY zeker moeten doen. Nu is de synthese eigenlijk het zwakke punt gebleken; daar blijft het liggen.’</p>
<p>Lindeboom ziet de toekomst voor de poolonderzoeker enigszins somber in. ‘Door de slechte economie en de keuze van het kabinet om onderzoek ten dienst te stellen van de industrie en het MKB krijgt de onderzoeker het waarschijnlijk veel moeilijker.’ Maar als je het hem vraagt, geeft Lindeboom zonder enige twijfel aan om, bij een eventueel volgend internationaal pooljaar weer als onafhankelijk voorzitter de begeleidende commissie te willen leiden. ‘Het was een mooie tijd met enkele bijzondere momenten. Ik heb de verschillende symposia met enorm veel plezier gedaan. Het is fantastisch om met wetenschappers om te gaan en om de wetenschap een beetje te sturen.’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/01/14/han-lindeboom-oud-voorzitter-ipy-geen-hobbyisme-maar-%e2%80%98liefde-voor-het-vak%e2%80%99/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Marianne Walgreen (ex-NWO): Kennis naar een breder publiek en nieuwe onderzoekers opleiden</title>
		<link>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/01/11/marianne-walgreen-ex-nwo-kennis-naar-een-breder-publiek-en-nieuwe-onderzoekers-opleiden/</link>
		<comments>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/01/11/marianne-walgreen-ex-nwo-kennis-naar-een-breder-publiek-en-nieuwe-onderzoekers-opleiden/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 11 Jan 2012 11:40:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Robert Lagendijk</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[HAVO-VWO 4-6]]></category>

		<category><![CDATA[NWO]]></category>

		<category><![CDATA[outreacht]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://pooljaar.nl/terugblik/?p=238</guid>
		<description><![CDATA[Marianne Walgreen (1976) is beleidsadviseur voor de provincie Noord-Holland op het gebied van water. Daarnaast is zij als projectmedewerker bij het Deltaprogramma Kust gestart in opdracht van ministerie van Infrastructuur en Milieu. In 2007 werkte Walgreen bij NWO als coördinator voor het Internationaal Pooljaar Nederland (ipy.nl).]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20091013-marianne-walgreen-02822009.jpg" rel="lightbox[238]"><img class="alignright size-medium wp-image-239" title="20091013-marianne-walgreen-02822009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20091013-marianne-walgreen-02822009-300x200.jpg" alt="20091013-marianne-walgreen-02822009" width="300" height="200" /></a>Marianne Walgreen (1976) is beleidsadviseur voor de provincie Noord-Holland op het gebied van water. Daarnaast is zij als projectmedewerker bij het Deltaprogramma Kust gestart in opdracht van ministerie van Infrastructuur en Milieu. In 2007 werkte Walgreen bij NWO als coördinator voor het Internationaal Pooljaar Nederland (ipy.nl).</p>
<p><span id="more-238"></span></p>
<p>In 2004 kreeg Marianne Walgreen een baan bij NWO als beleidsmedewerker binnen de Aard- en Levenswetenschappen. Al snel was er sprake van een IPY en daar moest vanuit NWO vorm aan worden gegeven. Walgreen werd coördinator voor het Internationaal Pooljaar Nederland. ‘Ik vond het meteen interessant programma waar ik vanwege het internationale karakter graag aan wilde werken. Je merkte dat er internationaal al een behoorlijke ambitie en visie achter zat.’</p>
<p><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20091013-marianne-walgreen-02642009.jpg" rel="lightbox[238]"><img class="alignleft size-medium wp-image-240" title="20091013-marianne-walgreen-02642009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20091013-marianne-walgreen-02642009-300x200.jpg" alt="20091013-marianne-walgreen-02642009" width="300" height="200" /></a>Er was op dat moment een lopend Nationaal Polair Programma. ‘Het IPY moest echt een extra impuls worden voor de poolgebieden. Er was al een grote groep goede onderzoekers in Nederland die veel internationaal samenwerken. Het zou raar zijn als we daar niet aan mee zouden doen. Maar je wilt dan ook onderzoek en aanverwante activiteiten die internationaal inmiddels op de kaart waren gezet, financieren. Toen is een traject begonnen waarbij bij verschillende ministeries het belang van poolonderzoek in Nederland extra onder de aandacht werd gebracht. Dat heeft er uiteindelijk toe geleid dat vijf ministeries extra financiering hiervoor beschikbaar hebben gesteld. In totaal kwam er zeven miljoen euro speciaal voor de Nederlandse deelname aan het IPY.’</p>
<p>Walgreen bereidde veel van dit soort gesprekken voor, en deed de algemene coördinatie van het voortraject. Ook onderhield zij de contacten met de onderzoekers en de ministeries. Sommige van hen gingen net als Jan Stel en Monique de Vries langs bij de verschillende ministeries voor tekst en uitleg. Walgreen werkte graag samen met de onderzoekers: ‘Het zijn gedreven mensen vol passie voor hun werk. Allen zagen de kansen die een IPY kon bieden.’</p>
<p>Daarna brak voor Walgreen de meest motiverende periode aan: ‘Op een bepaald moment was er geld voor het programma en kon je echt aan de slag. Het Nederlandse IPY programma moest in nauwe samenwerking met onderzoekers, vertegenwoordigd in de nieuw ingestelde IPY Commissie, inhoudelijk vorm en invulling krijgen, de onderzoekers konden voorstellen indienen, de internationale beoordeling van alle onderzoeksvoorstellen door experts moest georganiseerd, de selectie van de beste onderzoeksvoorstellen gemaakt, en vervolgens konden die onderzoekers ook echt met het onderzoek beginnen. Veel internationale samenwerkingen werden toen opgestart. Er was heel veel enthousiasme om aan de slag te gaan. Wij hebben toen ook subsidies gegeven specifiek voor de opstart en internationale coördinatie van zes door Nederland getrokken onderzoeksprogramma’s . Dat was een doorbraak voor NWO, maar het paste wel heel goed bij het karakter van het IPY.’</p>
<p><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20091013-marianne-walgreen-02742009.jpg" rel="lightbox[238]"><img class="alignleft size-medium wp-image-241" title="20091013-marianne-walgreen-02742009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20091013-marianne-walgreen-02742009-300x200.jpg" alt="20091013-marianne-walgreen-02742009" width="300" height="200" /></a>Dat een deel van het totale budget werd gereserveerd voor educatie, outreach en communicatie (EOC), sprak Walgreen aan. ‘Naast het onderzoek zelf vonden we het ook heel belangrijk om de opgedane kennis verder te brengen naar een breder publiek en nieuwe onderzoekers op te leiden. Dat was een heel brede doelstelling. Het mocht niet zo zijn dat de onderzoekers na het IPY weer overgingen tot de orde van de dag en dat er verder niemand iets mee was opgeschoten. Daar zat wel de trigger. We hadden ook goede mensen die hier vanuit hun communicatie en educatie expertise en ervaring over meedachten. In het begin vooral met veel enthousiasme door interne communicatie medewerker Michael van der Meer, maar al snel aangevuld met externe adviseurs als René Malherbe en Frieda van Essen.’ Dat het bedrag voor EOC uiteindelijk op tien procent werd gesteld leverde zowel binnen NWO als extern forse discussies op. ‘NWO had zoiets nog niet eerder gedaan. De onderzoekers waren in het begin ook niet echt kapot van het hele idee. Ze zagen dat het geld ten koste zou gaan van het totale onderzoeksbudget en concludeerden dat je ook een extra aio van het EOC-geld zou kunnen aanstellen. Gelukkig is het er door gekomen. Het sprak de ministeries juist enorm aan en die gaan uiteindelijk over de begroting. De rol, inzet en betrokkenheid van het ministerie van Buitenlandse Zaken, voor het aanjager en afstemmen met de andere deelnemende ministeries, was daarbij ook zeer waardevol. Het deel van de onderzoekers dat er aanvankelijk sceptisch over was is gaandeweg alsnog enthousiast geworden.’</p>
<p><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20091013-marianne-walgreen-02792009.jpg" rel="lightbox[238]"><img class="alignright size-medium wp-image-242" title="20091013-marianne-walgreen-02792009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20091013-marianne-walgreen-02792009-200x300.jpg" alt="20091013-marianne-walgreen-02792009" width="200" height="300" /></a>Walgreen vertrok bij NWO in september 2007. Sindsdien volgt zij het IPY vanaf de zijlijn. ‘Ik keek laatst weer eens op pooljaar.nl. Ik zag dat de blogs nog steeds gevuld worden en dat het aantal blogs is toegenomen. Dat vind ik wel heel leuk om te zien. Er is dus een voorzet gegeven door NWO maar er wordt nog altijd aan gewerkt. Er is blijkbaar genoeg informatie om het bij te houden.’ Het is een voorbeeld van wat bij aanvang van het IPY als seed money bestempeld werd: je investeert een bedrag waardoor balletjes gaan rollen en groter worden. Dat dit juist bij poolonderzoek werkt, heeft volgens Walgreen te maken met de aantrekkelijkheid van het werk. ‘Musea konden er bijvoorbeeld wat mee, de Weten-Week is erop ingehaakt, het Noord Nederlands Orkest kon er een Antarctica Symfonie bij opvoeren, er konden boeken voor een breed publiek over worden geschreven, een film documentaire rond de problematiek op de poolgebieden over gemaakt, tot een kunstenaar die het thema heeft aangegrepen en onder de aandacht gebracht. Er waren een heleboel mensen die al vanuit zichzelf al heel veel met het onderwerp bezig waren en nu gewoon net even konden meeliften. Veel zelfs zonder extra financiering. En dat was het mooie. Er zat een enorme drive achter. Tien procent was eigenlijk gewoon weinig om een volledig programma aan educatie, outreach en communicatie activiteiten vorm te geven;  met financiering van een grote tentoonstelling. Dus het zijn hele kleine brokjes geweest waarmee we konden helpen. Maar doordat er anderen waren met eigen initiatieven en andere geldbronnen die een mooi moment zagen om het juist nu te doen, heeft het gehele poolprogramma enorm kunnen profiteren.’ En zo werkte ook de internationale IPY-organisatie. ‘Directeur David Carlson had ook maar een bizar klein programmabureautje. Er werkten eigenlijk maar drie mensen die het hele internationale programma hebben opgezet. Zij konden juist weer meeliften met alle inzet vanuit de betrokken landen.’</p>
<p>Nu het IPY echt voorbij is, kijkt Walgreen met tevredenheid terug op haar werk bij NWO: ‘De vraag is nu: hoe pakt NWO door en hoe wordt de buit binnen gehaald? Welke stappen zijn gemaakt en wat zijn de vorderingen? Kun je alle energie vasthouden en zorgen voor voortzetting van poolonderzoek? Zijn de meetgegevens verzameld door de onderzoekers ook inderdaad goed gearchiveerd en breed beschikbaar gesteld voor toekomstig gebruik, zoals met de IPY Data Policy was beoogd? Want continuïteit is heel belangrijk. Het IPY was echt bedoeld als een impuls. Je kunt zoiets niet lang volhouden, maar je moet wel de lessen en de ervaringen daaruit laten doorwerken. En daar heeft NWO als secretariaat van de Poolcommissie wel een hele belangrijke rol. Als die werking stopt is het eigenlijk een beetje zonde: dan was het even leuk, maar dan bied je onderzoekers geen pot voor de toekomst om dat onderzoek naar een hoger niveau te tillen. En dan gaat ten koste van de zorgvuldig opgebouwde internationale samenwerkingen. Want de partners moeten kunnen vertrouwen dat Nederland echt achter hun onderzoekers staat.’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/01/11/marianne-walgreen-ex-nwo-kennis-naar-een-breder-publiek-en-nieuwe-onderzoekers-opleiden/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Ondernemer Marc Cornelissen: Het blijft een beetje niche, maar we hebben zeker het podium vergroot</title>
		<link>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/01/11/ondernemer-marc-cornelissen-het-blijft-een-beetje-niche-maar-we-hebben-zeker-het-podium-vergroot/</link>
		<comments>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/01/11/ondernemer-marc-cornelissen-het-blijft-een-beetje-niche-maar-we-hebben-zeker-het-podium-vergroot/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 11 Jan 2012 11:34:04 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Robert Lagendijk</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[HAVO-VWO 1-3]]></category>

		<category><![CDATA[HAVO-VWO 4-6]]></category>

		<category><![CDATA[Hoger onderwijs]]></category>

		<category><![CDATA[Outreach]]></category>

		<category><![CDATA[media]]></category>

		<category><![CDATA[ondernemer]]></category>

		<category><![CDATA[radio]]></category>

		<category><![CDATA[tv]]></category>

		<category><![CDATA[willem-alexander]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://pooljaar.nl/terugblik/?p=233</guid>
		<description><![CDATA[Marc Cornelissen (1968) is een geboren avonturier. Pas later werd hij ondernemer. Inmiddels opereert hij op het snijvlak van avontuur en wetenschap. Hij probeert op basis van zijn ervaringen in het poolgebied te werken aan een duurzame samenleving. Cornelissen heeft een missie waarbij hij mensen constant aan elkaar koppelt in de hoop dat er weer nieuwe projecten uit voort kunnen vloeien. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20090914-marc-cornelissen-01602009.jpg" rel="lightbox[233]"><img class="alignleft size-medium wp-image-234" title="20090914-marc-cornelissen-01602009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20090914-marc-cornelissen-01602009-200x300.jpg" alt="20090914-marc-cornelissen-01602009" width="200" height="300" /></a>Marc Cornelissen (1968) is een geboren avonturier. Pas later werd hij ondernemer. Inmiddels opereert hij op het snijvlak van avontuur en wetenschap. Hij probeert op basis van zijn ervaringen in het poolgebied te werken aan een duurzame samenleving. Cornelissen heeft een missie waarbij hij mensen constant aan elkaar koppelt in de hoop dat er weer nieuwe projecten uit voort kunnen vloeien. <span id="more-233"></span></p>
<p>Sinds 1993 komt Cornelissen geregeld in de poolgebieden. Hij greep het IPY aan om flink wat initiatieven te ontplooien. Voor het primair onderwijs maakte hij een educatief platform, Keepitcool.org, samen met 3FM was stond hij aan de basis van Noordpool.FM en met steun van ijsmakers Ben &amp; Jerry’s zette hij het Climate Change College op. Om maar een paar van zijn Arctische projecten te noemen.</p>
<p>Cornellissen hoorde een jaar voor de aftrap van het IPY van het pooljaar. ‘Ik opereerde in een niche waarvan ik wist dat Nederland daar niet veel mee had. Ik voelde dat het IPY wel een kans zou kunnen zijn om mensen wat meer te betrekken bij de poolgebieden. Dan begrijpen ze mijn wereld misschien ook een beetje beter.’ Niet dat Cornelissen meteen in de pen is geklommen om een projectvoorstel te schrijven.’Dat was niet zozeer nodig. Ik verheugde mij meer op de synergie en de kracht van het momentum. Ik had toch al niet de bedoeling om stil te zitten.’</p>
<p><a href="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20090914-marc-cornelissen-01682009.jpg" rel="lightbox[233]"><img class="alignright size-medium wp-image-235" title="20090914-marc-cornelissen-01682009" src="http://pooljaar.nl/terugblik/files/2012/01/20090914-marc-cornelissen-01682009-200x300.jpg" alt="20090914-marc-cornelissen-01682009" width="200" height="300" /></a>Eindelijk aandacht dus voor een gebied waar hij zich al jaren voor inzette. ‘Vooral aandacht voor klimaatverandering en poolonderzoek. Ik verwachtte dat alle aandacht een olievlekwerking zou hebben en die had het ook. Ik denk ook wel dat die een bepaalde maximum reikwijdte heeft: de pool zal nooit de aantrekkelijke status van Idols of hebben. Dat moet je ook niet willen. De pool op televisie is geen kaskraker. Het blijft een beetje niche, maar we hebben zeker het podium vergroot. Ik geloof oprecht dat we meer mensen bewust hebben gemaakt van het poolgebied.’</p>
<p>Cornelissen is een echte bruggenbouwer. Hij koppelt mensen aan elkaar in de hoop dat een plus een minimaal drie oplevert: ‘Samenwerken leidt tot meer resultaat. Dat heb ik altijd leuk gevonden en dat is wat ik doe: vanuit verschillende domeinen projecten opzetten door te verbinden. Uiteindelijk kan de wetenschapper daardoor gewoon zijn werk doen. Het pooljaar is daar een goed voorbeeld van.’</p>
<p>De projecten van Cornelissen kregen stuk voor stuk aandacht in de media: “Dat is natuurlijk leuk, maar het helpt enorm. Het helpt je netwerk, maar het helpt ook om nieuwe projecten op de rails te zetten. Mensen kennen bijvoorbeeld Noordpool.FM omdat Michiel Veenstra naar de Noordpool geweest is. De insiders weten dat ik bij het groepje zat dat aan de basis stond van deze trip. Maar daar gaat het dus niet om. Het gaat erom of dit gewerkt heeft. Hetzelfde geld voor het Climate Change College. Een of twee Nederlandse studenten per jaar kregen een beurs, maar uiteindelijk ging het er ook om dat zij op het podium kwamen. Zij hadden een verhaal te vertellen en wilden daarna verder met een campagne. En dus creëer de randvoorwaarden daarvoor. Het is niet alleen jezelf in de picture zetten maar vooral de projecten en wat je er mee wil bereiken.’</p>
<p>Nu het IPY definitief is afgesloten, gaat Cornelissen verder met zijn werk, zoals hij dat ook voor aanvang van het pooljaar deed. ‘Mijn ambitie is niet om langlopende programma’s te maken en ze zijn er ook niet alleen omwille van het IPY. Dat zie ik wel echt als een katalysator. Maar er broeide al vanalles.’ Het nieuwste konijn dat Cornelissen uit de hoed tovert heet Missie SILA. ‘Samen met Philip de Roo breng ik verschillende Nederlandse belanghebbenden en experts in Groenland bij elkaar. De missie heeft tot doel om de dialoog te bevorderen over het kwetsbare poolgebied dat ook grote economische waarde heeft.’ Deelnemers zijn onder meer Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins van Oranje en Robbert Dijkgraaf.</p>
<p>Af en toe steunt Cornelissen bepaalde onderzoekers: ‘George Divoky zit bijvoorbeeld altijd op Cooper Island, ten noorden van Barrow. Die sponsor ik een beetje met geld voor zijn telefoonkosten of een ijsbeeralarm om hem te beschermen. Dat vind ik wel heel erg mooi. Je hebt dan echt contact met de mensen in het veld die echt hun nek uitsteken.’</p>
<p>De passie voor het gebied ontstond bij Cornelissen tijdens zijn studie. Hij had een baantje in een bioscoop en zijn collega kwam met het voorstel om samen naar de geografische Noordpool te reizen. Cornelissen begon zich in te lezen en was verkocht. ‘Na die eerste reis had ik het poolvirus te pakken.’ Zijn inzet voor een duurzame samenleving volgde automatisch door zelf te kijken en door te luisteren naar lokale bewoners, die al heel vroeg wisten dat er iets aan de hand was op de Noordpool. ‘Dan zou ik het heel raar vinden als je daar dus niet iets mee doet. Niet omdat je zo nodig een missionaris moet zijn, maar je kunt toch niet je mond houden over iets waar je weet van hebt.’</p>
<p>Cornelissen vindt het belangrijk om zoiets belangrijks op de agenda te krijgen. ‘Het IPY doet dat natuurlijk ook. Bij het vorige IPYspeelde de internationale samenwerking op Antarctica een grote rol. Nu was het de klimaatverandering. Op een of andere manier heeft IPY altijd weer een soort maatschappelijk momentum waar het onderdeel van wordt.’</p>
<p>Terugkijkend denkt Cornelissen dat het IPY heel veel in beweging heeft gebracht. ‘Ik hoop dat de ambitie die erdoor aangewakkerd is en de bereidheid om hier en daar samen te werken, wordt vastgehouden. Daar zijn we natuurlijk niet allemaal even sterk in. De hele community kan de neiging hebben te navelstaren en domeinen af te bakenen. Ik denk dat wel is gebleken dat het niet hoeft en dat het geen bedreiging is als je dat idee loslaat. Dat het je juist ook wat kan opleveren. En dat het ook niet altijd erg is als iets weinig oplevert.’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://pooljaar.nl/terugblik/2012/01/11/ondernemer-marc-cornelissen-het-blijft-een-beetje-niche-maar-we-hebben-zeker-het-podium-vergroot/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
	</channel>
</rss>

