Prachtige tafelijsbergen

A five kilometer long Ice berg, parked on the seafloor off the coast of Coronation Island, South Orkney. Photo: Dag Avango.
In de Weddell Zee
Het vertrek van de South Orkneys was behoorlijk spectaculair. De ondiepe wateren rondom deze eilanden funktioneren als een val voor ijsbergen. Deze ijsbergen die uit het zuiden komen maken van de archipel een kerkhof voor oude ijsbergen.
De grote tafelijsbergen hebben prachtige vormen: soms zijn het drijvende kastelen soms lijken ze meer op mamoettankers. Als ze zich, bijna aan het eind van hun leven gekomen onderste boven keren vertonen ze prachtige lijnen en hele grillige vormen. Het maakt het gebied wel risicovol om in rond te varen vooral bij donker is het risico op een ijsberg te varen niet denkbeeldig. We waren daarom blij voor donker in dieper water te zijn waar geen ijsbergen meer zijn.
Maar de duisternis bracht nieuwe verrassingen. Op een bepaald moment in de nacht kwamen we in de rand van het pakijs van de Weddell Zee terecht en dat pakijs heeft een historische reputatie. Verschillende expeditieschepen zijn in het begin van de twintigste eeuw in dit ijs bezet geraakt. De Endurance van Shackleton is wel het bekendste voorbeeld. Zijn bemanning eindigde op Elephant Eiland waar ze uiteindelijk door een Chileense schip vanaf warden gehaald. Onze kapitein Jerome, en zijn stuurman Christophe, stuurden de Golden Fleece door de ijsvelden botsingen zoveel mogelijk vermijdend. Gedurende de ochtend nam de dichtheid van het pakijs echter verder toe en het witte licht aan de horizon in het zuidwesten beloofde niet veel goeds. We moisten daarom onze koers verleggen naar de Bransfield Strait en een gat in het pakijs te zoeken om toch nog bij de noordlijke punt van het Antarctisch Schiereiland terecht te komen. Het werd zoeken en onze aankomst in Hopebay zal er zeker door vertraagd worden. Hoeveel hangt af van de ijssituatie.
On 12.35 uur op 16 maart zien we onze eerste walvis. Een duidelijke blaas recht voor het schip. Later zien we zijn rug en tot slot de staart met een duidelijke tekening: het was een Bultrug. Zes dagen op zee in deze wateren en dan nu pas een walvis. Er is veel veranderd in deze wateren. Kaapse duiven, Snow Petrel en andere stormvogels begeleiden het schip. Soms zien we hele groepen zeevogels tussen het zeeijs fourageren. Op de schotsen ligt af en toe een Weddell zeehond maar over het algemeen komen we weinig leven tegen. Het is natuurlijk aan het eind van het seizoen maar toch!
De naam Hope Bay zelf is heel erg verbonden met het pakijs. De baai is zo genoemd door Otto Nordenskjöld, een Zweedse poolonderzoeker wiens expeditie in
1901-1903 gedwongen werd in Antarctica te overwinteren omdat hun schip door het pakijs van de Weddell Zee werd gekraakt waarna het zonk. Drie van Nordenskjölds expeditieleden - Dr. Gunnar Andersson, Lt. Duse and Mr. Grundén - slaagden erin de winter te overleven in een hut van rotsblokken die ze in de Hope Bay bouwden.
De resten van deze hut zijn tegenwoordig nog steeds in de Hope Bay te zien en de Argentijnen hebben in de nabijheid van de hut hun onderzoekstation Esperanza gebouwd. Voor veel Argentijnen zijn de resten van de hut verbonden met hun geschiedenis. Otto Nordenskjölds expeditie had namelijk een Argentijns expeditielid - de onderluitenant El Alférez José Marie Sobral - en de pechvolle expeditie werd uiteindelijk gered door een Argentijns marine schip. We zien hier dat de geschiedenis door de Argentijnen gebruikt wordt om hun territoriale aanspraken op dit deel van Antarctica te beargumenteren. Als historici en archeologen zijn we geinteresseerd in de rol die de resten van Nordenskjöld’s expedition spelen in de Argentijnse Antarctische en Zuid Atlantische geopolitiek. We hopen in Hope Bay meer te weten te komen tenminste als het pakijs ons toestaat daar naar toe te gaan.
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Laat een reactie achter



