Schrijver Dijksterhuis maakt van drieteen een oude bekende
Schrijver Koos Dijksterhuis (46) had al op jonge leeftijd interesse in alles wat groeit en bloeit. Hij verzamelde schelpen, werd vogelaar en trok op zijn zeventiende met een rugzak door Europa. Vervolgens ging hij naar Groningen om te studeren. Zo kon hij mooi meteen zijn geboorteplaats Amersfoort de rug toekeren. De studie biologie maakte hij nooit af. Hij werd socioloog. Maar oude liefde roest niet en zo schrijft Dijksterhuis tegenwoordig dagelijks in Trouw en soms in NRC Handelsblad over van alles wat met de natuur te maken heeft. Daarnaast verschijnen er van zijn hand geregeld boeken over vogels. Voor zijn huidige project volgt hij bioloog en pooljaar-blogger Jeroen Reneerkens op de voet. Dat moet komend jaar een boek opleveren.
‘Ik schreef voor het NRC Handelsblad over het promotieonderzoek van Jeroen. Ik vond dat hij leuke dingen deed en hij vond dat ik daar leuk over schreef. We hebben daarna nog eens afgesproken toen hij weer in Groningen ging wonen. Twee jaar geleden vroeg ik: wordt het niet eens tijd dat er weer een Koos meegaat naar Mauritanië.’ Daarmee refereerde Dijksterhuis aan schrijver Koos van Zomeren die in de jaren zeventig meeging met Theunis Piersma, de promotor van Jeroen Reneerkens.
Even later stelde Reneerkens voor om over het hele drieteen-onderzoek te schrijven en niet alleen de trip naar Mauritanië. De drietenen broeden in het noorden van Groenland, maar ze overwinteren in West-Europa en Afrika, van Schotland tot Zuid-Afrika. Om het verhaal van de drietenen goed te vertellen, moet Dijksterhuis dus veel reizen. En dat is kostbaar. Hij zocht contact met diverse fondsen en een uitgever en al gauw was de hele zaak rond. Dijksterhuis: ‘Toen ik eenmaal als schrijver mee mocht, kon ik net zo goed een handje helpen. Ik werd een soort assistent van Jeroen. Ik zet dingen klaar en hou de vogels vast als hij ze ringt.’
Inmiddels reist Dijksterhuis overal achter Reneerkens aan. ‘In februari 2007 begonnen we op Vlieland, in de zomer een maand in Groenland, eind 2007 was ik een week mee in Mauritanië, in mei een week op IJsland waar de drietenen tijdens de voorjaarstrek pleisteren.’ Afgelopen zomer was Dijksterhuis weer twee weken op Groenland. In januari gaat hij nog mee mee naar Ghana en dan nog een keer naar Groenland. Dat is het eind van Reneerkens postdoctorale project. In oktober moet het boek van Dijksterhuis klaar zijn.
Het wordt een populair wetenschappelijk leesboek. ‘Als je het hebt gelezen dan is de drieteenstrandloper een oude bekende van je. Ik hoop dat alles er in staat wat tot dan toe bekend is over die beesten. Maar ook het getob van de onderzoeker komt er in voor. Je hebt altijd het beeld van een onderzoeker in een korte broek met een verrekijker om zijn nek in een prachtig landschap. Het is ook best avontuurlijk, maar het is vooral keihard werken op onmogelijke plekken. Het is koud, nat, er zijn muggen die zich als een torpedo in je huid boren. Soms is het ijskoud, dan weer snikheet en gortdroog.’ Een boek dus, over het onderzoek van iemand anders. ‘Jeroen schrijft puur wetenschappelijk. Het populaire deel laat ie aan mij over. Jeroen heeft eigenlijk nooit eerder populair geschreven en hij vindt dat ik het beter kan.’
Zijn verblijf op Groenland maakte grote indruk op Dijksterhuis: Het is er ruig met hoge bergen en fjorden. Alle seizoenen worden samengebald in tweeënhalve maand zomer. Dan smelt de sneeuw, er ontstaan woeste rivieren en sneeuwlawines. Vogels baltsen, bloemen komen op en voordat alles ontdooid is krijg je al weer herfstkleuren. Het is ’s zomers 24 uur per dag licht en zonnig. Als het lekker weer is kan het in de barak waar je slaapt ook echt heet worden. Dan krijg je meteen last van muggen.’
Groenland is immens groot. Maar de schrijver ziet er maar een klein stukje van. ‘Wij zien iedere dag dezelfde vallei en lopen iedere dag dezelfde berg op. Ik ben nog nooit de berg aan de andere kant opgelopen. Dat is wel vreemd. Maar het is ook wel weer leuk om zo’n klein gebiedje heel goed te leren kennen.’
In de zomer zijn er ongeveer dertig mensen in het veldstation dat bestaat uit enkele kleine barakken. ‘Iedereen heeft zijn dagelijkse beslommeringen. ’s Avonds komt iedereen terug om te eten. Verder is er geen afleiding. Er zijn twee steden aan de oostkust. In de grootste van de twee wonen maar 500 mensen. Dat is de dichtstbijzijnde woonplaats, op 500 kilometer afstand. Je hebt in ons kamp geen auto’s, geen deurbellen, geen telefoons, geen internet, niks. Je hebt helemaal niks aan je hoofd. Je hebt ineens geen kinderen. Die mis ik wel, maar toch is het heerlijk. Ik kom echt herboren terug in Nederland.’
Toch is er af en toe reuring in het afgelegen Groenland. ‘Er is een post met sledehondenmannen uit Denemarken. Zij zijn van het leger en bewaken de kust, maar eigenlijk zijn het een soort boswachters. Ieder winter leggen zij de 3000 kilometer kust af. Ze doen vijfentwintig, dertig kilometer per dag. Begin juni komen ze na drie maanden terug op hun post maar eerst komen ze dan langs ons. Dat is natuurlijk feest. Dan halen ze voorraden uit hun hoofdkwartier en maken ze een maaltijd in een oude pelsjagershut. Dan is er wijn en bier, wat je normaal natuurlijk helemaal niet hebt. Het zijn rauwe bonken, van die atletische survivaltypes. Maar ze zijn tegelijkertijd aimabel, vriendelijk en geïnteresseerd. Anders zou je dat werk natuurlijk nooit volhouden. Ze zijn heel lang op één collega aangewezen.’
Net als Dijksterhuis soms is aangewezen op Reneerkens, met wie hij ook de barak deelt: ‘Ik had allemaal nieuwe sokken gekocht voor op Groenland maar die was ik allemaal vergeten. Ik had dus maar twee paar. Iedere dag kom je met kletsnatte sokken thuis, omdat je door het ijs zakt, sneeuw schept of door de modder loopt. Gelukkig kon ik twee paar van Jeroen lenen.’
In Groenland lopen natuurlijk ook ijsberen en muskusossen rond. Dijksterhuis moest dus op schietcursus. ‘Dat is heel vreemd, ik had nog nooit met een geweer geschoten. Hoewel ik een paar jaar in Pakistan gewoond heb, waar iedereen een geweer heeft. Op Groenland is een schietcursus verplicht, maar ik heb het idee dat de baas die de tent runt dat het leukst van iedereen vindt. En het is trouwens best leuk om eens te schieten. Vroeger moest je het geweer altijd bij je hebben. Tegenwoordig hoeft dat alleen als je je buiten het onderzoeksgebied begeeft, want dan ben je niet goed te bereiken met de walkietalkie. De kans dat je een ijsbeer ontmoet, is heel klein. En dan is de kans dat hij agressief is nog veel kleiner. Maar als ie wel agressief is, heb je echt een probleem. Dan ben je er geweest.’
Dijksterhuis begon met schrijven toen hij in Pakistan woonde. ‘Ik schreef reisverhalen en artikelen over ontwikkelingssamenwerking. Dat was eigenlijk meer de kant die ik op ging. Ik vond het leuk om te schrijven en mensen zeiden: daar moet je iets mee doen. Toen bleek dat tijdschriften geld overhadden voor mijn reisverhalen. Dat was een eyeopener.’ Inmiddels zijn er al weer twee artikelen geplaatst naar aanleiding van de recente reizen. Een artikel in het Boomblad van Wageningen en binnenkort een stuk over drietenen in Vogels. ‘Maar ik houd het meeste voor me tot het boek er is.’ Dijksterhuis komt om in het werk. ‘Iedere dag schrijf ik een natuurdagboek in Trouw, ben ik bezig met een boekje over kiekendieven, schrijf ik stukken voor het NRC en er ligt nog een boek over akkervogels op de plank. Het is gekkenwerk!’ Daarnaast schrijft Dijksterhuis ook nog plezierverzen die per e-mail gratis naar honderden abonnees gaan, zie vers van de week op Plezierverzen.nl. Soms schrijft hij ook verzen voor een literair tijdschrift.
‘Vogels zijn fantastisch mooi. Dat vliegen appelleert aan mijn gevoel voor vrijheid. Dat is al zo vanaf mijn kindertijd. De natuur was mooi en daar wou je graag heen. Het begon met schelpen verzamelen. Vogels kwamen later, via de natuurclub.’
Komend jaar gaat Dijksterhuis nog een maal naar hetzelfde gebied in Groenland. ‘De drietenen zijn plaatstrouw. We hebben wel eens meegemaakt dat een vogel terugkwam om te broeden. Dat was tien meter naast het nest waar hij zelf was geboren.’
5 reacties
Laat een reactie achter





Ha die Koos!
Wat een leuk, informatief (over de drietenen en jou) stuk! Prachtig projekt om van zo dichtbij te volgen en het brengt je op veel plaatsen in de wereld. Mooie afwisseling van het werk thuis. Ben benieuwd naar meer informatie over de drieteentjes, bijna net zo leuk als de kanoeten van Theunis. Dat gaat vast een héél mooi boek worden. Bij deze bestel ik er een.
P.s. Dit heb je vast al veel meer gehoord: wat lijk jij op Wouter Bos…!
Groetjes van Maria
Mooi stuk Koos en ben erg benieuwd naar het boek.
Gerrit ( en Marianne vond het ook mooi)
PS. Je bent veel knapper dan die Wouter en ( sorry voor Maria) je lijkt er voor geen meter op!
Dag Koos
Had eigenlijk geen tijd om deze lap tekst te lezen, maar eenmaal begonnen kun je niet meer stoppen. Ben nu al in gedachten met je meegereisd, dus dat kan straks wat worden met je boek. Leuk om ook iets meer over de mens Koos Dijksterhuis te lezen. Wel jammer dat je de eerstvolgende redactievergadering van Vogels laat schieten voor Ghana (<:)
vr groet
Hans
Ha Koos,
Ik vind het een mooi verhaal over jou! Heel treffend en sfeervol alles beschreven!
Maar eh: ik had toch nog een sokken paar opgesturrd?
Inge
[...] op Pooljaar.nl een interview met schrijver Koos Dijksterhuis. Dijksterhuis vertelde over het boek dat hij schrijft over het [...]