Nederlandse minilaboratoria veilig aangekomen op Antarctica
Op maandag 2 april zijn drie Nederlandse minilaboratoria veilig aangekomen op hun bestemming, de Britse basis Rothera. Samen met een vierde minilaboratorium zullen ze het Gerritszlaboratorium gaan vormen. Dit is het eerste Nederlandse laboratorium op Antarctica. NWO werkt in het poolonderzoek samen met de British Antarctic Survey (BAS).
De minilaboratoria werden op 16 januari 2012 in Dirksland op transport gezet en uitgezwaaid door staatssecretaris Halbe Zijlstra (OCW) en NWO-voorzitter Jos Engelen. Na een lange reis via de haven van Southampton nam de Britse ijsbreker Ernest Shackleton de laboratoria aan boord op de Falklandeilanden. In vier dagen voer dit schip naar Rothera, het Britse onderzoeksstation op het Antarctisch schiereiland. Op maandagavond 2 april kwamen de minilaboratoria aan op hun eindbestemming en werden ze uit de ijsbreker gehesen.
Achtergrond
Eerder heeft een bouwploeg het docking station voor de laboratoria gebouwd. Dat levert onder meer stroom uit zonnepanelen voor de vier minilaboratoria, die in het docking station worden 'geklikt'. Het geheel gaat het Gerritszlaboratorium heten, genoemd naar de Nederlander Dirck Gerritszoon Pomp die als (waarschijnlijk) eerste Antarctica heeft gezien.
Het wetenschappelijk onderzoek in de laboratoria zal zich richten op klimaatverandering, glaciologie, mariene ecologie en oceanografie. Daarvoor heeft NWO in mei 2011 subsidies toegekend. Het onderzoek in het Gerritszlaboratorium start wanneer het zomerseizoen in het Zuidpoolgebied weer aanbreekt (voor ons de komende winter).
Nederlandse onderzoekers waren voor onderzoek in en rond het Zuidpoolgebied tot nu toe aangewezen op de faciliteiten van andere landen met een basis in Antarctica. Door de Nederlandse laboratoria op de Britse basis te plaatsen, worden de kosten van een eigen basis en infrastructuur bespaard en wordt er zo min mogelijk schade toegebracht aan de Antarctische natuur.
Het Ministerie van OCW leverde een groot deel van de extra financiële middelen voor het Dirck Gerritszlaboratorium. Deze zichtbare aanwezigheid van Nederland in Antarctica is een uitvloeisel van het eerdere International Polar Year en het bezoek van het kroonprinselijk paar aan Rothera in 2009.
Volg de aankomst van de minilaboratoria op Rothera, Antarctica
De Nederlandse minilaboratoria zijn op de Falklandeilanden aan boord genomen van de ijsbreker RRS Ernest Shackleton. In ongeveer vier dagen tijd vaart dit schip naar het Rothera-onderzoeksstation van de British Antarctic Survey (BAS) op Antarctica. Beleef het laatste stuk van de reis mee en wees getuige van een mijlpaal in het Nederlands polair programma.
Volgens planning verlaat het schip op 25 maart 2012 Port Stanley op de Falklandeilanden, om vervolgens na een 4-5 daagse reis aan te komen op Rothera. Na drie dagen vertrekt het schip weer met de laatste onderzoekers aan boord. Slechts een kleine groep overwinteraars blijft daarna achter op Rothera. Een volgend bezoek is in najaar 2012, aan het einde van een lange Antarctische poolwinter.
Volg de reis van de minilaboratoria
De positie en bewegingen van deze ijsbreker kun je live volgen op de Sailwx-website
Elk uur maakt een webcam aan boord van het schip een foto en stuurt deze naar de website van de BAS. Zo kun je van uur tot uur zien wat de bemanning van het schip ook ziet.
De laatste trip van de ijsbreker RRS Ernest Shackleton naar Rothera was eind januari 2012. Van die reis is een timelapse-filmpje gemaakt, gebruik makend van de webcam. Op 26-27 januari was het schip op Rothera.
Ook vanaf het onderzoeksstation Rothera zelf kun je via een webcam de aankomst van de Shackleton volgen (kijk bij 'View of Rothera station'). Je kunt de aankomst van de minilabs dus van twee kanten meebeleven, via het schip en vanaf het onderzoeksstation.
Het Rothera onderzoeksstation is goed zichtbaar op Google Maps.
Fotograaf Wim van Passel: IPY gaf mij de onmisbare steun in de rug om door te blijven gaan
Het gevecht dat Van Passel voert met de ongerepte natuur bezorgt hem een constante stroom aan inspiratie. Hij schrijft ter plekke verhalen en poëzie bij zijn eigen foto’s. Inmiddels heeft hij tijdens het IPY meerdere tentoonstellingen - ‘van Leiden tot Tokio’ - gehouden en verschenen er een paar mooie boeken met foto’s, poëzie en reisverhalen . Veel mensen kwamen de afgelopen jaren in aanraking met werk van Van Passels hand. ‘Ik hou dat grote publiek altijd in mijn achterhoofd. Ik kan de schoonheid van de polen laten zien en er eigenlijk meteen een rekening bij presenteren; laten zien dat we eindelijk eens moeten leren zuiniger met die unieke plekken om te gaan. Daar moeten we ons allemaal bewust van worden. Wat dat betreft biedt het IPY mij een uitstekende kans.’
Wim van Passel (1946) noemt zichzelf een echte Noord- en Zuidpoolfanaat. Hij fotografeert er en schrijft over ‘die fantastische plekken’. Van Passel was tot 1994 werkzaam als industrieel fotograaf. Dat jaar stopte hij met zijn eigen bedrijf wegens een aanhoudende hernia en zocht vervolgens samen met zijn vrouw het avontuur op: hij ging reizen. Hij kwam al gauw terecht op Spitsbergen. ‘Daar heb ik ogenblikkelijk mijn hart verloren. Ik voelde dat werkelijk letterlijk uit me opstijgen. Het gebied heeft een onbeschrijfelijke schoonheid en puurheid en met name die combinatie is indrukwekkend. Er is het allermooiste licht, het mooiste landschap, de mooiste verstilling en ijsberen zijn er - nog steeds - te vinden. Het is een niet definieerbare tederheid. Natuurlijk belachelijk om bij het poolgebied over tederheid te hebben want het is zo wreed als de pest, het is er meedogenloos. Maar Spitsbergen heeft iets dat appelleert aan menselijke tederheid.‘
Sindsdien heeft Van Passel vijfendertig poolreizen ondernomen: ‘Ik heb daar continu op de toppen van mijn emoties mogen lopen. Dat is een fantastische ervaring. En dat blijft het. Het verveelt nooit. Dat landschap is elke keer anders. Het ijs smelt en dat brengt gigantische veranderingen met zich mee. Dat vergankelijke dwingt je enorm dicht bij jezelf te komen en dat maakt het tot een bijzondere ervaring.’ Over wat het IPY de vijfenzestigjarige Van Passel heeft gebracht is hij duidelijk: ‘Je twijfelt natuurlijk vaak over je eigen werk. IPY gaf mij de onmisbare steun in de rug om door te blijven gaan.’
En zo was Van Passel ook de afgelopen jaren geregeld te vinden op zijn favoriete plek: de voorplecht van de boot. ‘Ik ervaar eigenlijk altijd een enorme opwinding als ik in de stilte, in de wind op dat puntje van die boot mag zitten en ik dat landschap en het ijs en de onbegrijpelijke dierenwereld aan mij voorbij zie trekken.’ Het leverde recent zelfs een magisch moment op. Van Passel: ‘Tegen alle regels in toonde een ijsbeermoeder vol trots haar pasgeboren jong in plaats van met die kleine op de vlucht te slaan. We hebben er bijna anderhalf uur in een rubberbootje liggen kijken. We waren uiteindelijk bevroren, maar de impact was zo groot dat de tranen over m’n wangen liepen. Dit is oernatuur en het is natuurlijk gezwets als je zegt dat er interactie tussen een ijsbeer en een mens zou kunnen zijn. Desalniettemin zijn die momenten er: een moeder laat haar kleintje zien! Die blijft rondom ons dartelen, geeft borstvoeding waar we bijstaan, die leert het hoe ze een stuk walvis ver uit elkaar moet trekken. Dat waren spectaculaire momenten.’ Van Passel bundelde de mooiste beelden in zijn boeken Tijdloze Momenten en Ontroering.
Voor het werk Van Passel kwam tijdens dit IPY enorm veel aandacht. Het een leidde tot het andere: van boeken tot tentoonstellingen en van lezing tot interview. Er verschenen zelfs postzegels met zijn werk. Iets wat Van Passel niet eerder had ervaren. Maar het blijkt essentieel. ‘Het is van levensbelang dat mijn werk bij een breed publiek en bijvoorbeeld op scholen terechtkomt. Daarmee moet ik de volgende expeditiedeelname rechtvaardigen. Wij zijn echte karakteristieke Hollanders, wij willen best over het milieu nadenken en oeverloos over milieu en over milieubescherming praten, zolang het ons maar geen stuiver kost. Dat is echt een belemmering.’ Van Passel – opa van zes kleinkinderen - heeft een missie en doet zijn werk ook als hij er desnoods geld op toe moet leggen. ‘Voor mij is een drive dat een veel groter deel van de komende generatie zich meer bewust is van de schoonheid van het gebied. Willen we weten waar we vandaan komen en waar we naar op weg zijn, is het poolgebied dé grote inspiratiebron. En daar moeten we zuinig op zijn.’
Het was de Groningse onderzoeker Louwrens Hacquebord die Van Passel wees op de mogelijkheden van het IPY. Terugkijkend, vertelt Van Passel, ‘Heb ik heel veel warme contacten overgehouden aan deze periode.’IPY heeft mij natuurlijk wel ingangen bij veel cultuurfondsen opgeleverd, bij heel grote voor mij hele belangrijke sponsors, Canon International, maar het meest werd hij geholpen door Michel van Gessel en Ko de Korte. Die lieten mij steeds aan boord met mijn vrouw Jeannette. En dat geld ook voor een aantal internationale contacten. Je kunt niet aan vijfendertig expedities deelnemen, zonder dat je een goed netwerk hebt en opbouwt.’
Dat Van Passel zijn vrouw meebrengt op zijn reizen, is inmiddels een voorwaarde voor zijn werk geworden. Hij vertrekt niet zonder haar. ‘Ik zeg dan vaak tegen haar: dit zal een keer ophouden. Ik ben natuurlijk ook geen zestien jaar meer en de wijze waarop wij dat poolgebied beleven is ingrijpend. We komen echt met zwarte strepen onder onze ogen terug. Het is geen zelfmedelijden, maar het zijn hele intensieve belevingen. Los van het feit dat die zware camera’s aan mijn handen vastgegroeid zitten.‘
Nederlandse laboratoria vertrekken naar Antarctica
Nederland zal dit jaar voor het eerst eigen laboratoria hebben op Antarctica. Drie van de in totaal vier laboratoria zijn maandag 16 januari op transport gegaan. Staatssecretaris Halbe Zijlstra van OCW verzegelde samen met NWO-voorzitter Jos Engelen de laboratoria voor het transport en maakte de namen van de laboratoria bekend.
De vier laboratoria zijn in zeecontainers gebouwd en zullen in Antarctica in een gezamenlijk 'docking station' komen te staan. Het laboratorium op Rothera gaat het Gerritszlaboratorium heten, de 4 afzonderlijke modules heten Geloof, Hoop, Liefde en Blijde Boodschap.
Nederlandse onderzoekers waren voor onderzoek op en rond de Zuidpool tot nu toe aangewezen op de faciliteiten van andere landen die een basis op Antarctica hebben. De Nederlandse laboratoria komen op een Britse basis te staan, zo worden de kosten van een eigen basis en infrastructuur bespaard en wordt er zo min mogelijk schade toegebracht aan de Antarctische natuur. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk onderzoek en het ministerie van OCW investeren samen 8,5 miljoen euro in het zuidpoolonderzoek.
De mini-laboratoria werden gebouwd door een bedrijf in Dirksland dat gespecialiseerd is in koeltechniek. Zij hebben onder andere getest of de laboratoria de vrieskou in Antarctica wel aankunnen. NWO vindt het van belang dat deze nieuwe onderzoeksfaciliteit duurzaam is. De temperatuur in de minilaboratoria wordt geregeld met een warmtepomp. Hiermee wordt warmte aan de omgeving onttrokken, waarmee de temperatuur binnen kan worden geregeld. Op het dak van het docking station zullen zonnecellen worden geïnstalleerd.
Onderzoek
De laboratoria zullen begin 2013, als het in Antarctica zomer is, door onderzoekers in gebruik worden genomen. Het onderzoek in de laboratoria zal zich richten op klimaatverandering, glaciologie, mariene ecologie en oceanografie. Onderwerp van onderzoek zijn onder andere chemische reacties in de atmosfeer boven Antarctica, die ontstaan door klimaatgassen die vrijkomen tijdens algenbloei. De snelle opwarming langs de westkust van het Antarctisch schiereiland bevordert de algenbloei en beïnvloedt daarmee het mondiale klimaat. Een tweede onderzoek richt zich ook op algen, specifiek op hun plaats in de voedselketen; de achterliggende vraag is hoe de ecologisch belangrijke Antarctische wateren reageren op klimaatveranderingen. Het derde onderzoek betreft het veranderende gehalte aan ijzer en spoorelementen in zeewater en zee-ijs, gehaltes die van belang zijn voor alle levende organismen in ecosystemen. Het vierde onderzoek kijkt naar de toename van zoet smeltwater dat vanaf de Antarctische gletsjers de zee instroomt, en tenslotte is er een onderzoek naar de invloed van dit smeltwater op de voedselketen.
Namen
De labs zijn vernoemd naar een konvooi van schepen dat in 1598 vertrok uit Rotterdam, op zoek naar een handelsroute via de punt van Zuid-Amerika naar Azië. De schepen heetten Geloof, Hoop, Liefde, Blijde Boodschap en Trouw. In de Straat van Magellaan werd het konvooi door barre weersomstandigheden uit elkaar geslagen. Eén schip, de Blijde Boodschap onder leiding van Dirck Gerritsz, werd ver naar het zuiden geblazen. Gerritsz zag op 64 graden zuiderbreedte een 'heel hoog bergachtig land, vol sneeuw, als het land van Noorwegen'. Waarschijnlijk was dit de eerste waarneming van Antarctica.
Poolonderzoek
De investering in onderzoekslaboratoria en onderzoek op de Zuidpool is onderdeel van het Nederlands Polair Programma. Dat financiert Nederlands wetenschappelijk onderzoek in en naar de poolgebieden. Nederland neemt deel aan het Antarctisch Verdrag en is in die hoedanigheid verplicht te investeren in onderzoek op de Zuidpool. Daarnaast is de Zuidpool een unieke onderzoeksomgeving waar gevolgen van klimaatverandering goed te meten zijn, vrij van verstorende invloeden van de mens.
Over NWO
De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) is met een budget van ruim 500 miljoen euro per jaar een van de grootste wetenschapsfinanciers in Nederland. NWO stimuleert kwaliteit en vernieuwing in de wetenschap door het beste onderzoek te selecteren en financieren. NWO beheert onderzoeksinstituten van (inter)nationaal belang, geeft mede richting aan het wetenschappelijk onderzoek in Nederland en brengt wetenschap en maatschappij dichter bij elkaar. Onderzoeksvoorstellen worden beoordeeld en geselecteerd door vooraanstaande wetenschappers uit binnen- en buitenland. Dankzij financiering van NWO kunnen meer dan vijfduizend wetenschappers onderzoek doen.
Terugblik op vijf jaar IPY
Eind 2011 wordt het internationale pooljaar, het IPY, officieel afgesloten; een mooi moment om terug te kijken op vijf intensieve jaren waarin het poolonderzoek voorop heeft gestaan. Om deze terugblik een blijvend karakter te geven, is besloten om een boek te maken. Een boek waarin de mensen centraal staan die gedurende het IPY nauw hebben samengewerkt.Dat zijn bijvoorbeeld de mensen die leiding over een internationaal project op zich hebben genomen. Maar ook de onderzoekers, jong en oud die vaak weken achtereen op de meest onherbergzame plekken bivakkeren om hun werk te kunnen doen. Maar ook de mensen die vanachter een bureau in Nederland er voor hebben gezorgd dat de projecten in goede banen verlopen en dat er geld beschikbaar komt als dat nodig is. Tot slot zijn er nog de mensen die betrokken zijn bij het IPY, maar niet direct vanuit de wetenschap. Het zijn de schrijvers, de fotografen, de mediamakers en de onderwijzers die het enthousiasme voor de polaire gebieden proberen door te geven; te verspreiden.
IPY heeft al die mensen de afgelopen jaren bijeen gebracht en dat moet in het boek tot uiting komen. Toon van het boek is warm: zichtbaar is dat het IPY mensen bijeen heeft gebracht. Er wordt een indeling gemaakt naar de vijf verschillende sectoren die tijdens het IPY actief zijn:
-Professoren / Internationale Projectleiders
-Senior Onderzoekers
-Jonge Onderzoekers
-IPY niet-wetenschappelijken
-IPY Beleidsambtenaren
En natuurlijk is er aandacht voor het werk van NWO. Hierop wordt teruggeblikt in het eerste hoofdstuk.
Uit alle bovenstaande groepen worden vier of vijf boegbeelden geïnterviewd en gefotografeerd. Daarnaast wordt hen een vragenlijst met stellingen voorgelegd. De informatie uit deze gesprekken plus de vragenlijst, wordt per hoofdstuk samengesmolten tot een verhaal.
Op dit blog lees je alles over de voortgang van het boek.







